+31 (0) 657 37 14 02 info@denhoed-co.nl

Macht 
(bron: Carl Devos)

Macht is een onderdeel van elke sociale relatie. Macht is dus een sociaal fenomeen bij uitstek. Macht is ook een relationeel begrip, het kan enkel bestaan in een relatie tussen individuen of groepen.

Vormen van macht

Dennis Wrong onderscheidt vier verschillende vormen van macht: geweld, manipulatie, overtuigingskracht en gezag.

  1. De uiterste vorm van geweld is fysiek geweld. Geweld, dat mensen behandelt als een fysiek object, kan echter ook subtiel zijn, zoals de onthouding van voedsel of slaap aan gevangenen. Geweld moet ook onderscheiden worden van de dreiging ermee.
  2. Manipulatie is het uitoefenen van macht waarbij de machthebber zijn intentie voor het machtssubject verbergt. Het machtssubject kan er zich moeilijk tegen verzetten.
  3. De vraag is evenwel of overtuigingskracht een vorm van macht is omdat de asymmetrie, die kenmerkend is voor machtsrelaties, niet duidelijk is. Voor Dennis Wrong gaat het evenwel om macht omdat A erin slaagt om bij B de gewenste effecten te bereiken. Het vermogen om anderen te overtuigen, is ongelijk verdeeld. Denk aan de toegang tot de media.
  4. Het is vooral ‘gezag’, eerder dan de vorige drie ‘vormen van macht’, dat in de politicologie aandacht heeft gekregen. Waar overtuigen te maken heeft met het presenteren van argumenten, gaat het bij gezag om de legitimiteit (the right to rule) of de aanvaarding van macht.

Overtuiging is de aanvaarding van andere opinies. Bij gezag gaat het niet zozeer om de inhoud, maar vooral om de bron van de mededeling. Op grond waarvan gehoorzaamt iemand bevelen van iemand anders? Angst of vrees voor geweld? Omwille van traditie of charisma? Of op grond van de wet?

Vormen van gezag

Naast macht is er ook zoiets als gezag. Dennis Wrong neemt daarbij het onderscheid van Max Weber – traditioneel (gebaseerd op geschiedenis en gebruiken), charismatisch (gebaseerd op personaliteit) en legaal-rationeel gezag (gebaseerd op formeel, legale regels) – niet over. Hij onderscheidt vijf hoofdvormen van gezag, volgens de motieven op grond waarvan het gezag wordt aanvaard.

  1. Van gezag gebaseerd op dwang is sprake als het machtssubject ervan overtuigd is dat de machthebber in staat en bereid is om dwang tegen hem te gebruiken. Dit geloof van het machtssubject is voldoende om deze vorm van macht in stand te houden. Exemplarisch geweld door de machthebber versterkt dit geloof.
  2. Bij gezag op basis van beloning gaat het niet om negatieve, maar om positieve prikkels. Voorbeelden zouden te vinden zijn in ruilrelaties: politieke steun in ruil voor bijvoorbeeld een sociale woning.

Gezag gebaseerd op beloning kan evolueren naar gezag gebaseerd op dwang: de dreiging om de beloning (bv. het loon) te stoppen, zal dan als dwang aangevoeld worden.                                                         

  1. Bij legitiem gezag erkent het machtssubject het recht van de machthebber om bevelen te geven, alsook de plicht tot gehoorzaamheid. Dit gezag is vaak gebaseerd op gedeelde normen en waarden en behoeft doorgaans minder dwangmiddelen.
  2. Gezag gebaseerd op competentie – bijvoorbeeld die van een arts of professor – heeft niets te maken met dwang of beloning. Hun adviezen of analyses zijn niet gebaseerd op gemeenschappelijke normen of waarden en het staat iedereen vrij ze al dan niet te aanvaarden.

Soms gebeurt dat zonder hun argumenten te begrijpen, omdat hen een grote kennis over een specifiek domein wordt toegeschreven. Indien dit gezag in specifieke rollen wordt omgezet, gaat het om legitiem gezag.

Het gezag van een notaris bij de verkoop van een huis berust niet enkel op zijn competentie, maar vooral op het feit dat hij over het monopolie beschikt om enkele noodzakelijke administratieve handelingen te stellen.

  1. Bij persoonlijk gezag berust gehoorzaamheid louter op kwaliteiten die aan de gezaghebbende wordt toegeschreven. Het gaat hier niet om sociale rollen of formele posities, maar om persoonlijke kenmerken.

Charismatisch gezag is hiervan het bekendste voorbeeld. Het gaat in dat geval om mensen die, om welke redenen ook, door anderen een grote persoonlijke kracht of uitzonderlijke of buitengewone kwaliteiten worden toegeschreven.

Power, A Radical View

In “Power. A Radical View” schrijft Steven Lukes dat we de eerste dimensie van macht gewoon ‘macht’ kunnen noemen, die toegekend wordt aan wie in besluitvormingssituaties overheerst.

De tweede dimensie van macht kan als agenda control omschreven worden, maar hij houdt eraan vast omdat deze vorm van macht “is best seen as a further and more basic form of power – the power to decide what is decided […].”

De derde dimensie van macht omschrijft hij als a further dimension of power, namelijk “ways of averting both conflict and grievance through the securing of consent”. Zeg maar: thought control.

Hij omschrijft zijn derde dimensie feitelijk als “compliance to domination [that] can be secured by the shaping of beliefs and desires”.

Machtsmiddelen

Middelen of eigenschappen waarover groepen of individuen beschikken, kunnen al dan niet voor politieke machtsdoeleinden worden ingezet en de verdeling van die middelen of eigenschappen hangt af van een reeks structurele kenmerken van de samenleving.

In dat verband wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen ‘sterk liquide’ middelen, met name middelen die weinig of geen aanpassing vereisen om onmiddellijk ingeschakeld te worden in het uitoefenen van macht of invloed, en ‘zwak liquide’ middelen, met name middelen die enkel na een zekere aanpassing of enkel in een bepaalde vorm of via een bepaald gebruik voor politieke beïnvloeding ingeschakeld kunnen worden.

De machtsmiddelen waarover individuen kunnen beschikken (geld, reputatie, persoonlijke vaardigheden en talenten, kennis en informatie enz.) zijn veelal sterk liquide.

Macht meten

Hoe is macht te meten of in te schatten? In de literatuur worden een aantal methoden daartoe aangereikt.

1. De reputatie methode: macht opsporen door naar waarneembare gevolgen van macht te zoeken. Deze indirecte methode werd ontwikkeld door Floyd Hunter en gebruikt in het boek Community Power Structure voor de studie van macht in Regional City (Atlanta) om de macht te meten van inwoners.

Het is een methode die vooral is toegepast op betrekkelijk overzichtelijke, lokale samenlevingen. In deze methode vraagt men aan goedgeplaatste waarnemers, van wie we verwachten dat ze over veel kennis en inzicht beschikken over het machtsgebeuren in een politiek systeem, wie binnen dat systeem over veel macht beschikt.

2. Het effectenonderzoek. In deze methode brengt men kenmerken van actoren (groepen of personen) in verband met drie effecten:

  • het al dan niet hebben van problemen,
  • het al dan niet pogen om daar een oplossing voor te vinden
  • en het al dan niet succesvol zijn van een dergelijke poging.

Hiermee komt het hele traject – van probleem tot succesvol oplossen – in het vizier. Welke zijn de problemen, probeert men de overheid te beïnvloeden om daar iets aan te doen en hebben deze pogingen succes?

3. Netwerkmethode: relaties/gedrag tussen actoren. De netwerkmethode neemt de kritiek ter harte dat door enkel te letten op formele posities, allerlei sociologische processen en institutionele kenmerken buiten beeld vallen.

Netwerkanalyse concentreert zich niet zozeer op afzonderlijke individuen, op wie bepaalde posities bekleedt, maar op de verbindingen, het lijnenspel daartussen en daardoor ook op gedrag: wie gaat met wie om?

Zo was er in Groot-Brittannië sprake van het Oxbridge Syndicate: mensen uit de zakenwereld, media, politiek of justitie, die aan Oxford of Cambridge gestudeerd hebben, zouden met elkaar contacten blijven onderhouden en afspraken maken.

In Frankrijk kennen ze dan weer de énarques, afgestudeerden van de École Nationale d’Administration (ENA), een Franse eliteschool waar veel Franse topbestuurders zijn opgeleid.

4. Communicatiepatronen. De reconstructie van netwerken probeert alle verbindingslijnen tussen bepaalde positiebekleders (parlementsleden, ondernemers, academici, etc.) aan te geven. Daarbij zijn allerlei functieoverlappingen (bijv. iemand heeft een belangrijke positie in de academische wereld, is parlementslid en lid van verschillende Raden van Bestuur, bijv. bij financiële instellingen) een belangrijk onderzoeksdomein.

In dit onderzoek identificeert men een reeks van verschillende formele instituties (bedrijven, partijen, universiteiten, banken enz.) en gaat men de netwerkpatronen tussen de belangrijkste organen ervan na (bijv. Raden van Bestuur, directiecollege).

Drukke knooppunten worden geacht machtige centra te zijn. Hoeveel en welke mensen combineren welke functies en vormen knooppunten? Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de kern van een groep en de periferie te onderscheiden.

Problematische aangelegenheid

In elk geval leren verschillende onderzoeken dat het meten van macht een zeer problematische aangelegenheid is waarbij het best, indien mogelijk, verschillende methodes worden gebruikt. De voorkeur voor deze of gene methode hangt uiteraard af van de onderzoeksvragen en van de (theoretische) uitgangspunten over macht.