+31 (0) 657 37 14 02 info@denhoed-co.nl

Innovatieve organisatieprincipes

Met het model van Herbert Simon wordt de inrichting van de besturing van de organisatie op innovatieve wijze geregeld. De inrichting van de uitvoering, het primaire proces, is hiermee echter nog niet geregeld.

De verdere inrichting van de Ruimte – conform het 4-R principe – kan geschieden met de volgende organisatieprincipes, te weten Resultaatgebieden, Rollen en Dialogen.

Resultaatgebieden

De resultaatgebieden in een organisatie worden direct afgeleid van de maatschappelijke doelen van de organisatie. Resultaatgebieden zorgen voor een duidelijke focus op de gevraagde output van een organisatie en betreffen alle activiteiten die nodig zijn om deze output te realiseren.

Rollen

Om resultaten te bereiken, moet menselijke energie ingezet worden en moet het totale werkpakket verdeeld worden over de medewerkers. De resultaatgebieden moeten zelf-organiserende teams worden. Dat kunnen we doen door middel van rollen.

Geredeneerd vanuit het resultaatgebied zal iedere organisatie de vakinhoudelijke, producerende rol van Professional kennen. Maar welke rollen hebben we nog meer nodig en wat doen we met de managementtaken? Mijn aanzet voor een generiek rollenmodel is als volgt:

  • Professional: de vakinhoudelijke medewerker met een complete taak;
  • Veranderaar: de medewerker die zich richt op nieuwe producten en markten en op nieuwe werkwijzen;
  • Verbinder: de medewerker die voorziet in de menselijke behoefte aan structuur en orde, typisch centrale taken verzorgt zoals planning & control over het gehele resultaatgebied en  het focuspunt is voor lopende zaken;
  • Coach: de medewerker die zorgt voor de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers op de langere termijn;
  • Richtinggever (of, in analogie met leidinggevende: richtinggevende): deze medewerker heeft een inspirerende visie op de vier rollen en op het gehele resultaatgebied en is katalysator zonder hiërarchische macht.

Dialogen

Om de dynamiek te versterken en structureren zullen tussen alle rollen dialogen (of: conversaties) ingericht moeten worden gericht op informatie uitwisseling en afstemming. Zowel tussen rolhouders onderling als tussen rolhouders en stakeholders in de omgeving (‘rekenschap’). Dialogen vinden bij voorkeur niet in vergaderingen plaats, maar in één-op-één gesprekken of via social media.