+31 (0) 657 37 14 02 info@denhoed-co.nl
Hoogbegaafd

Hoogbegaafd

Er is nogal wat literatuur over hoogbegaafdheid. Vooral gericht op docenten, hoe zij hun leerstof – hun verrijkingsmaterialen – zo overzichtelijk en behapbaar mogelijk kunnen overdragen. En daar gaat het fout. Hoogbegaafdheid is zo breed, zo complex, zo diepgaand en intens dat het niet in één aanpak, één methodiek, concept of programma gevat kan worden. Er is altijd een persoonlijke, maatwerk-aanpak nodig.
(bronnen: Hamsikova, Mensa, Tolan, Human Design)

In de minderheid

Hoogbegaafden vertegenwoordigen maar een hele kleine minderheid, zo’n 3-4%, uitzonderlijk hoogbegaafden slechts een 0.2-0.4%. Dit betekent voor hoogbegaafden helaas dat zij vaak gedurende hun opleidingen de gemeenschappelijke uitdagingen en onderwijs-insteken van de meerderheid moeten volgen.

Wat doet dit met kinderen en jongvolwassenen? Het vormt hen tot een volger. Maar dat is contra-intuïtief, contra-sensitief, contra-productief want hoogbegaafden zijn van nature autonoom. Het huidige onderwijs ontneemt hen deze autonomie, stopt ze in een hoogbegaafden-hokje. Het probeert het kind ‘passend’ onderwijs aan te reiken zodat het gaat passen in het systeem en in een collectief kan blijven bewegen. Het ontkent daarmee de behoeftes, de kracht, de authenticiteit van het hoogbegaafde kind. Het doodt de spontaniteit en eerlijkheid, de naïviteit, oprechtheid en authenticiteit van hert kind. Kinderen die ook van jongs af aan al aanvoelen of iemand oprecht, invoelend en authentiek is of niet.

Crisis

Daarom komen jongvolwassenen in een existentiële crisis terecht, in een conflict met de maatschappij. Ze voelen aan dat deze niet echt is, dat iedereen een masker draagt en vanuit hun authenticiteit, naïviteit en oprechtheid kunnen ze dat niet rijmen. Ze beseffen al heel jong dat dit de wereld is waarin ze moeten leven en zien te overleven: een masker dragen en vooral niet laten zien wie en wat je werkelijk bent.

Stephanie Tolan gebruikte in haar verhalen het jachtluipaard als metafoor voor het hoogbegaafde kind dat regelmatig uitdagingen nodig heeft, maar niet 24/7. “Wat gebeurt er met een jachtluipaard dat in een kooi moet zitten en met konijnen moet spelen? Precies…”. Dat gebeurt er ook met hoogbegaafde kinderen die in reguliere klasjes moeten zitten, zonder onderwijsaanpassingen of -uitdagingen en begrip voor wie ze zijn en wat ze echt nodig hebben.

Jachtluipaard

Wat doe je als je een jachtluipaard wilt houden? je verdiept je in het beest, in z’n leefomgeving en onderzoekt wat het dier nodig heeft. Hoe het zich kan ontwikkelen en waar het zich prettig bij voelt zodat het zelfstandig en vrij kan leven.

Hoogbegaafdheid betekent een hoger niveau van bewustzijn, grotere sensitiviteit, een groter vermogen tot begrijpen van waarnemingen en het omzetten daarvan naar intellectuele en emotionele ervaringen (Roeper).

Hoogbegaafden zijn ‘te’ in alles: te intens, te gevoelig, te gedreven, te idealistisch, te eerlijk, te perfectionistisch, te kritisch. Kortom, te veel voor andere mensen. Ook al proberen ze zich aan te passen, ze voelen zich nog steeds misplaatst. Webb noemt dit: “Out of sinc”.

Niet conventioneel

Sociaal, professioneel en academische gezien volgen hoogbegaafden vaak niet de conventionele wegen die door de meerderheid is uitgezet. Tegen de tijd dat ze volwassen zijn, hebben ze vaak veel uiteenlopende onderwerpen bestudeerd en zijn ze meerdere malen van baan veranderd. Ze hebben waarschijnlijk al drie of vier carrières achter de rug op de leeftijd van 30 jaar of ze hebben zich nooit ergens echt gevestigd om één carrière te volgen. Of ze hebben de moed opgegeven, zijn ergens gaan zitten en hebben het gevoel opgebrand te zijn, worstelen met zichzelf en zijn maar ZZP’e of ondernemer geworden. Hebben ontdekt dat dat de beste manier is om authentiek en autonoom te blijven.

Sociaal gezien zullen ze blijven zoeken en blijven proberen intensiteit en complexiteit in hun relaties te creëren. Vaak worden ze daarin teleurgesteld of… zien ze zichzelf of anderen als ‘vreemde eenden in de bijt’. Omdat ze niet lijken te kunnen voldoen aan het volledige spectrum van hun emotionele en intellectuele behoeftes. Hoogbegaafden kunnen moeilijk betekenisvolle relaties vinden, hoe hard ze hun best daarvoor ook doen. Ze blijven soms hun levenslang zoeken naar iemand die hun werkelijk begrijpt. Iemand met een gezond verstand, die kan spiegelen in menselijkheid, met empathie, flexibiliteit, sensitiviteit, zonder oordeel en volkomen authentiek.

Uitdagingen

Een probleem is ook dat hoogbegaafden van uitdagingen houden en niet van routine. Ze hebben veel meer intellectuele en emotionele stimulansen nodig dan gebruikelijk is. Voor veel mensen geldt dat de traditionele rollen, regels en gebruiken, verwachtingen en interactie-patronen goed en veilig zijn. Voor veel hoogbegaafden voelt dat aan als een gevangenis, zonder ruimte om verschillende rollen uit te proberen, spontaan en creatief te zijn, de grenzen van regels op te zoeken, en verder te gaan dan traditionele verwachtingen en gereguleerde contexten. Zonder ruimte voelen hoogbegaafden zich al gauw ongemakkelijk en onbegrepen, beknopt en verstikt, gevangen. Ze raken verstrikt in allerlei gevoelens en soms zelfs extreem existentieel in paniek.

Zonder voldoende intellectuele stimulans en sensitieve diepgang in hun relaties, kunnen ze zich voelen alsof ze in een ’winterslaap’ gaan glijden. Of ze gaan juist tegenovergesteld in een soort van overdrive om in hun behoeftes te voorzien. Helaas vaak in contexten en met mensen die niet in staat zijn om aan deze behoeftes te voldoen en deze adequaat in te vullen.

Intens en authentiek

Hoogbegaafde mensen zijn intens, gevoelig, empathisch, creatief, spontaan, bevlogen, enthousiast, levendig, interessant, schitterend, opgewekt, gevat, geïnteresseerd, betrokken, lief, grappig, … Mocht je hoogbegaafde jongvolwassenen tegenkomen en je ziet deze kenmerken niet meer bij ze, dan hebben ze zich aangepast…

Dan is het jouw taak om hem of haar te helpen zichzelf weer te hervinden, te worden wie ze werkelijk zijn. Het vraagt wel om een gelijkwaardige, hoogbegaafde begeleiding en veelzijdige ‘instrumenten’ die daarbij een handje kunnen helpen. Om de werkelijke kwaliteiten, talenten, groeimogelijkheden, authenticiteit, keuze-sensitiviteit en profilering naar voren te laten komen.

Maar ook om concreet aan te geven wat nu net niet bij iemand past. Waar hij of zij zichzelf verloren is. Eén van de ‘instrumenten’ wordt aangereikt door Human Design, een samenstel van zes Oosterse en Westerse wijsheden / filosofieën. Het biedt overzicht en inzicht in de unieke persoon die je als hoogbegaafde in wezen bent.

 

 

 

 

 

Amsterdam

Amsterdam

De grootstad Amsterdam is een ware metropool waarin alles gebeurt en alles mogelijk is. Voor sommigen het hedendaagse Sodom en Gomorra, voor anderen een fascinerende, creatieve, spirituele gemeenschap die buitengewoon inspirerend en energie-gevend is.
(bronnen: Trungpa, Hellinger, Aronson, Parillo)

Een krachtige arena

Vanuit een waarachtig – en spiritueel – gezichtspunt is de grootstad Amsterdam te zien als een buitengewoon krachtige arena die zindert van de energie. Die praktische benadering, het werken met de energie in de situatie, is het enige aangrijpingspunt die we op dit moment kunnen vinden voor de situaties en issues in een kosmopolitische metropool als Amsterdam.

Anders, en op een meer abstract niveau gezegd, zou de stad op een autonoom proces lijken zonder oneffenheden, zonder scheurtjes, zonder in- of uitgangen, zonder aangrijpingspunten, dan zouden we een machteloze toeschouwer zijn. Bekijken we de stad evenwel vanuit het gezichtspunt van het praktisch functioneren van een metropool, dan kunnen we manieren vinden om ermee aan de slag te gaan.

Inspirerende werkplaats

Waar het om gaat is, dat we een wereldstad als Amsterdam als een inspirerende werkplaats zien met een duidelijke diepzinnigheid, functionaliteit, spiritualiteit en heiligheid. We moeten daarbij niet alleen de fundamentele gebeurtenissen zien, maar ook hun fundamentele energie en energetische kwaliteiten en uitstralingen. als expressie van haar spiritualiteit en heiligheid.

In die zin zouden we moeten proberen de implicaties van die spiritualiteit en heiligheid te zien en te onderzoeken. Wat is de spiritualiteit en heiligheid van een straat als de Kalverstraat, van een Beurs van Berlage, van de Jordaan en de Pijp, van de Albert Cuypmarkt en Noordermarkt, Vondelpark of de Wallen, van de Zuid-as of de Bijlmer, van de grachtengordel en Oud-Zuid, wat is het bijzondere, fascinerende, unieke, spirituele aspect daaraan?

Nu we het toch daarover hebben, wat is de betekenis van Nederland in Europa en in de wereld? Wat is de zin van het produceren van sophisticated chipmachines en extravagante superjachten, van Dutch Design, Delfts Blauwe tegeltjes, klompen en replica’s van molens, van vlees, zuivel en bloembollen?

Spiritualiteit in Asd

Als we het hebben over de heiligheid en spiritualiteit van Amsterdam, dan denken velen – zeker de buitenlanders – dat er dan een vreedzame, liefdevolle en evenwichtige sfeer en harmonieuze discussie zou moeten zijn en alles uiteindelijk in pais en vree geregeld wordt en goed komt.

Bij een ietwat andere benadering, eentje waarin sprake is van energie en energie-uitingen die zich voordoen en waaraan gewerkt moet worden, worden dingen dynamisch, veelzijdig en uitdagend. Er zijn dan flitsen van positieve én van negatieve energie, van vernietiging én opbouw, van groei en neergang, van haat én liefde. Dat gebeurt allemaal binnen het grote perspectief van de stad Amsterdam. De ultieme vraag is dan of we onze relatie met de stad, de kosmopolitische metropool die Amsterdam is, kunnen benaderen vanuit een geëngageerd en inclusief perspectief

Voor sommigen is het bijna onmogelijk om het spirituele en heilige aspect van het leven in een groot-stedelijk centrum te waarderen. Ze zouden willen ontsnappen en op het platte land willen gaan wonen en lachen om het verschijnsel wereldstad. Vanuit die optiek is de stad Amsterdam een konijnen-kolonie, met konijnen die overal wonen en rondrennen in de stad. Deze verhouding tot de stad Amsterdam is dezelfde houding die sommige wetenschappers hebben tegenover hun proefkonijnen…

Manifestatie van ironie

De stad Amsterdam is voor sommigen één grote manifestatie van ironie, ironie in negatieve zin. Die benadering komt voort uit vooroordelen over het leven in de grootstad en we zijn niet altijd bereid om deze vooroordelen in te zien en te onderzoeken.

Anderen vinden de stad Amsterdam bepaald onderhoudend. Ze proberen de hele tijd zichzelf te vermaken. Ze halen er alles bij om zich te vermaken, fotoboeken en kleurenplaatjes, misschien ook verschillende soorten vrienden die excentriek zijn en er exotische dingen op nahouden. Vermaak is in Amsterdam ‘serious business’. Vermaak kan evenwel ook dusdanig opdringerig worden dat ze het irritant gaan vinden en terugkruipen naar hun huis in de buitenwijk. Naar hun eigen gecultiveerde vermaak en vertrouwde misleidingen.

Vermaak hoeft niet veroordeeld en uitgebannen te worden. Het probleem is het gigantische en alledaagse gebrek aan humor, op alle fronten. We zijn zo serieus over ons vermaak dat we bijvoorbeeld vergeten dat een komedie een spel is waar je van kan genieten zolang je gevoel voor humor hebt. In de 17e eeuw zei dichter Vondel het al: “De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel”. Als je de ironische kwaliteiten gaat zien van hoe situaties nu eenmaal zijn, zoals ze komen en gaan, dan zie en ervaar je ook de spiritualiteit en heiligheid van een grootstad als Amsterdam.

Energie

Wanneer iemand zich op die wijze bezighoudt met Amsterdam, dan vormen de problemen die hij / zij tegenkomt geen hindernissen meer. Het zijn energetische, creatieve, openbarende mogelijkheden. De alledaagse gebeurtenissen worden onderdeel van onderzoek, belevenissen en inzichten. De gebeurtenissen vertragen jouw vaart of… inspireren je juist en geven je een duwtje in de terug. Dat hangt af hoe sterk je er bij betrokken bent. Een te sterke betrokkenheid zal je vertragen en andersom, bij een te geringe betrokkenheid zal iets jou juist er aan herinneren meer betrokken te raken.

Het is een kwestie van openheid, hoe meer open je bent en staat, hoe meer het je zal leiden tot geheel nieuwe benaderingen van het werken met situaties en omstandigheden zoals het leven in een kosmopolitische metropool als Amsterdam. De stad zal zich dan op haar geheel eigen wijze vertonen, veranderen en hervormen. We kunnen toch niet verwachten dat als we nu maar dit of dat doen, de stad zich naar onze wensen zal hervormen? Je zult contact moeten maken met de algehele kosmopolitische wereld van Amsterdam, waarvan iedereen deel uitmaakt, ook de uitbaters, de beurshandelaren, de marktkooplui, de ‘dames en heren van plezier’, de ‘pratende pakken’ van de Zuid-as en de veelkleurige Bijlmer-gemeenschap, de grachten- en Oud Zuid-bewoners, de algehele smeltkroes van culturen die de stad kent. Ze vormen beslist een ware bron van inspiratie en energie, met hun mooie, karaktervolle en unieke persoonlijkheden.

Samenwerken

We moeten met iedereen samenwerken, we kunnen en zullen er in feite niet onderuit kunnen om met al deze mensen samen te werken. Ze zullen beslist op onze onderzoekstocht, planvoorbereidingen of uitvoeringspad verschijnen. Je wilt ook de verschillende culturen niet ondermijnen. Culturele gebruiken, gewoontes en omstandigheden geven je een focuspunt, een punt om contact mee te maken. Daarom ga je daarmee aan de slag, ga je daarmee werken.

Je gaat – met vele anderen – misschien / waarschijnlijk inzien dat situaties en omstandigheden onjuist worden ingeschat en beoordeeld. Maar de juistheid of onjuistheid doet er in feite niet toe. Als je concreet met de situatie en omstandigheden aan het werk gaat, worden dingen duidelijk. Hoe je de dingen en zaken in het begin heb ingeschat, hoeft geen blijvende betekenis of belemmering in te houden. Elk beeld, elke evaluatie, elk conceptuele gezichtspunt of visie heeft maar van tijdelijk en betrekkelijk belang. We kunnen die wel gebruiken als vertrekpunt en er in het proces mee aan het werk gaan.

Focus en intensiteit

Hoe meer je je bezighoudt met de situaties, issues en gebeurtenissen in de stad, des te meer kennis en ervaring je opdoet en des te werkbaarder zullen de situaties worden. De focus en intensiteit van je betrokkenheid schept ook ruimte, hoe intenser, hoe meer ruimte.

Wanneer je je betrokken gaat voelen bij situaties en issues zoals bijv. de ‘overbevolking’ van bepaalde stadsdelen – en de overweldigende ervaring van jouw aanwezigheid daarbij – dan functioneert jouw betrokkenheid als jouw beschermer. Die helpt dan ook anderen, omdat zij inzien en ervaren dat je hen wilt beschermen en weigert hen in de steek te laten. Je kunt – werkend in alle openheid, én met focus en betrokkenheid – energie en inspiratie vinden in jouw werk en contact maken met de unieke spiritualiteit en heiligheid van een grootstad als Amsterdam. Dat is ook de weg die we met z’n allen op moeten gaan…

 

 

Werk, sex, geld en geloof

Werk, sex, geld en geloof

Praten over werk, sex geld en geloof is een tamelijk groot avontuur. Mensen vinden dit heel persoonlijke onderwerpen. Maar het gaat hier niet om deze onderwerpen sec, maar om iets achter deze dingen, een andere dimensie die betrekking heeft op hoe we in het leven staan en naar de dingen kijken.
(bronnen: Trungpa, Sadhguru, Peterson, Human Design)

Goed bezig zijn

Ieder mens heeft, of hij / zij nu spiritueel, religieus, agnost is of niet, te maken met werk. Veel mensen moeten werk zoeken, een baan vinden en werken om geld te verdienen. En misschien komen we erachter dat we onze levens opbouwen rondom sex, meer in het algemeen, rondom relaties, rondom ‘friends with benefits’. De vraag is dan: “zijn we echt goed bezig?”.

Goed bezig zijn heeft, ook spiritueel gezien, direct iets te maken met het gewone, alledaagse leven, de dagelijkse beslommeringen en de maatschappij. We hebben elke dag te maken met de uitdagingen van het gewone leven. Met alledaagse ervaringen rondom werk, sex, geld en geloof. Juist met deze vier issues worstelt de Westerse mens.

We hopen allemaal dat deze vier aspecten een bron van vervulling en plezier in het leven zullen zijn en gelukkig genoeg, vaak zijn ze dat ook. Tegelijkertijd worstelen we in ons leven met de problemen op deze terreinen. En zijn we op zoek naar zinnige adviezen en praktische oplossingen.

Start where you are

“Start with who you are and where you are” (Trungpa / Chödrön). Veel mensen denken dat spiritualiteit iets is dat buiten het gewone leven staat, buiten henzelf. Het leven, de wereld, de maatschappij zijn in die zin ‘heilig’ omdat de meest verheven en diepzinnige zaken zich juist daar afspelen. Binnen een relatie, het gezin, de familie maar ook binnen de kantoormuren en fabrieksruimtes, in de organisaties en de community.

Waar het om gaat is, dat we de maatschappij als een ware werkplaats zien met een duidelijke diepzinnigheid, functionaliteit en heiligheid. We moeten daarbij niet alleen de fundamentele gebeurtenissen zien, maar ook hun fundamentele energie en energetische kwaliteiten. Werk, sex, geld en geloof zijn in wezen de energie-uitlaten van de maatschappij, haar energie-uitstraling en expressie van haar heiligheid.

Spiritualiteit

Werken voor je geld, is in wezen spiritueel. Geld is te beschouwen als ‘bevroren’ energie. De spirituele, mystieke ervaring daarvan ligt in onze leefsituatie. Sex is waarschijnlijk de meest essentiële uitdrukking van menselijke communicatie, omdat waarachtige liefde en hartstochtelijke passie de enige emoties zijn die aan het ego kunnen ontsnappen. En ons geloof is ons ‘heilig’ omdat het ons hoop geeft, hoop op een betere toekomst…

In het Westen is men geneigd te denken dat de maatschappij in grote lijnen functioneert op basis van geven en nemen. Met andere woorden, we hebben de neiging te denken over onze rol in de maatschappij in termen wat van ons gevraagd wordt, wat we te geven hebben, en wat voor voordelen we uit d situatie kunnen halen, wat we kunnen nemen. Een materialistische opvatting, zowel fysiek, psychologisch als spiritueel.

In fysiek opzicht maak je de balans op van jouw leven, wat jouw kennis, talent en kunde is, wat je waard bent in termen van ervaring, fysieke winst of hoeveel geld of leuke dingen je ergens uit kunt halen. En, natuurlijk, hoeveel iets gaat kosten.

Het psychologische aspect is wat subtieler. Het is gebaseerd op competitie en de kunst de ander een slag voor te zijn. Het spirituele aspect komt daar vaak bij kijken in termen van het verkrijgen en verwerven van egocentrische, spirituele of religieuze macht of gelukzaligheid. Alles ter ondersteuning of versterken van het ego. Een ego dat gebaseerd is op wat we denken dat we zijn of willen zijn, niet op wat we in wezen en werkelijk als mens en als uniek persoon zijn.

Vaardig handelen

Waar het bij werk om gaat, bij waarachtig vaardig handelen, is om een direct, een bijna wetenschappelijk en onthecht inzicht in dingen te hebben, zoals ze op dat moment zijn. Zonder projecties op de situatie van het verleden of van de toekomst. Jouw inzicht is als die van een garagist die een auto herstelt. Het gaat er niet om wat er vroeger mis was met de auto of wat er in de toekomst mis zou kunnen gaan. Om de auto nu te repareren, dien je te onderzoeken wat er nu aan de auto mankeert. Sommige onderdelen zijn oud en versleten, sommige onderdelen zijn kapot, sommig kunnen nog even mee. Wat er ook aan de hand is, je gaat uit van de actuele situatie. Daar is vaardig handelen, de situatie spreekt voor jou in plaats dat je er allerlei aanpakken en strategieën op los zou moeten laten. Het gaat er om wat er op dat moment aan de hand is.

Beauty is a crime

“Beauty is a crime”. Schoonheid doet soms onverwachte verlangens in de mens oprijzen, het onbedwingbare verlangen die schoonheid jou eigen te maken. Proberen een ander te bezitten heeft een primitieve, bijna aapachtige kwaliteit. Je wilt iemand bezitten louter om zijn of haar lichamelijke schoonheid. Omdat hij of zij knap en mooi is, sierlijk beweegt of atletisch gevormd is, zou je die persoon willen bezitten. Misschien heeft iemand bepaalde interessante en subtiele kwaliteiten in zijn / haar psychische constitutie en zou je die aspecten willen bezitten. Al deze gevallen zijn manifestaties van een aapachtige aanpak. Bezitterige, seksuele relaties zijn erg aapachtig en louter gedreven door de basisstructuur van het ego. De ander wordt gezien als een soort sappige biefstuk en je zou die ander willen opeten. Het is een dierlijk instinct dat zich dan voortzet op het menselijk niveau.

De huid is onze grootste orgaan. Een orgaan dat we zorgvuldig en regelmatig behandelen met scrubs, tonics, zalfjes, poedertjes. Maar waar is de zachte, liefdevolle aanraking gebleven? Bij een baby en klein kind durven we en doen we dat nog. Op latere leeftijd lijkt dat ‘not done’. De ontstane huidhonger wordt evenwel niet gestild met onstuimige omhelzingen en sex. Er is niets zo hartverwarmend, ontwapenend of opbeurend als een zachte aanraking, een liefdevol tikje op de neus, een vriendelijke aai over de bol, een troostende moederschoot of een brede, sterke vaderschouder, of zelfs als knuffelen en kietelen. Ontroerend vaak om te aanschouwen en dat zegt eigenlijk alles. Het met wederzijdse instemming, liefdevol en respectvol sex bedrijven lijkt in deze haastige, stressvolle tijd ook een bijna uitgestorven ambacht. Dat, terwijl de Kama Sutra – de “Donald Duck voor oudere stelletjes” –  toch beeldende, fantasierijke, inspirerende voorbeelden aanreikt voor hoe het wel kan…

Geld als smeermiddel

Geld werkt als een smeermiddel voor al onze (im)materiële uitwisselingen in het leven. De relatie met geld is voor een ieder verschillend. Bijna iedereen heeft onopgeloste problemen met geld zoals bijna iedereen onopgeloste problemen heeft met het leven. In sommige gevallen bezitten mensen heel veel geld, maar hebben ze toch altijd een geldtekort. Anderen hebben heel weinig geld maar kunnen daar prima mee uit de voeten. Sommigen kunnen heel goed met geld omgaan. Ze zijn minder neurotisch dan anderen die het omgaan met geld bijzonder moeilijk vinden en een gevecht om elke cent leveren.

In veel gevallen krijgen mensen een impuls, een ingeving, om alles wat ze hebben weg te geven. En inderdaad, wanneer je dat doet voel je je tijdelijk veel beter. Je voelt je een held(in). Maar dingen zomaar weggeven, je ervan indoen, lost niets op, je hebt nog steeds een probleem. Je zou in staat moeten zijn om geld te hebben en ermee te werken zonder er aan gehecht te geraken. Vergelijkbaar met elk transmutatieproces. Je moet een relatie onderhouden met geld en een relatie met bezittingen zonder in een extreme en impulsieve onthechtingskick terecht te komen.

Het vertrouwen van de gewonde burger in de waarde van geld wordt evenwel ernstig bedreigd en beschadigd doordat het lijkt alsof de Centrale Banken ongegeneerd en ongebreideld geld kunnen bijdrukken om kastekorten van hun Overheden aan te vullen dan wel (in) te dekken. Die kastekorten – zeg maar Staatsschulden – die soms vele malen het Bruto Nationaal Product bedragen, zijn voor de gewone mens qua omvang niet meer te bevatten. Als de gewone, werkende burger of het vigerende bedrijfsleven dit soort buitenproportionele schulden zou hebben, dan zijn / worden ze toch in rap tempo en rücksichtslos failliet verklaard? Zo niet de overheden, die modderen door… .

Geloof

De bijbel is voor velen een heilig boek met een vaste doctrine die voorschrijft hoe je dient te zijn en te leven. De 10 geboden waren immers – en niet zo maar – ook in steen gehouwen? Geloof is soms spijkerhard, onwrikbaar en exclusief en sluit daarbij niet-gelovigen en andersdenkenden uit. De vele godsdienstoorlogen getuigen daarvan. Martin Luther spijkerde – symbolisch gezien – niet voor niets zijn 95 stellingen op de deur van de katholieke kerk in Wittenberg.

De Islam is eveneens een monotheïstische godsdienst. De Koran wijst op het fundamentele, religieuze principe dat een aanhanger van de islam (moslim) zich overgeeft aan de wil en wetten van God. Naast de Koran is de soenna van Mohammed, waarin de levenswijze, de gezegden en de standpunten van de profeet worden beschreven, ook een belangrijke bron voor de (soennitische) islamitische doctrine.

Leiders in de politiek, in het corporate bedrijfsleven en bij NGO’s zijn – zie de media maar – soms heel goed in het uitdragen van het geloof dat als je hun maar gelooft, alles ‘goed’ zal komen. Als je hen maar met hart en ziel gelooft, steunt en volgt. Het levert deze leiders vaak een hoog knuffelgehalte op bij hun aanhangers. De recente tijd en ontwikkelingen hebben evenwel aangetoond – en ons hopelijk geleerd – dat als deze leiders geen macht, mogelijkheden, middelen en mensen hebben, er geen steek van hun toezeggingen, beloftes, eisen terecht komt..Het blijven dan loze beloftes, zinloze toezeggingen, ijdele gebaren … bij tijd en gelegenheden een vurig, aanstekelijk verplaatsen van lucht, met een groot risico dus van backfiring.

Vertrouwen

Het geloven in een doctrine, godsdienst / religie of leiders biedt de mensen vastigheid, structuur en hoop. Hoop op een beter leven en toekomst, met name in het hiernamaals, en zeker voor de getrouwe volgelingen. Het boeddhisme heeft een wat andere ‘grondslag’ en is in wezen een levensbeschouwelijke en filosofische stroming. De belangrijkste aspecten van de Boeddhistische ‘middenweg’ zijn het uitbannen van alle materiële verlangens, het zich ethisch gedragen en het ontwikkelen van de geest. In principe worden al onze schadelijke gedachten en emoties (hechting, woede, trots) veroorzaakt door een onjuist begrip van de werkelijkheid.

In de Boeddhistische traditie spreekt men daarom niet over geloof maar juist over vertrouwen. Vertrouwen dat alles wat jij als mens op jouw pad tegenkomt (toevallig), jou niet voor niets toevalt en jij ermee hebt te dealen.Of je dat nu wilt of niet. In het absolute en diepe vertrouwen dat je er een werkbare situatie van kunt maken. Het is een check hoever je nu bent in het leven, of je zover én bereid bent om te groeien…

Never waste a good crisis

Never waste a good crisis

“Never waste a good crisis”, een bekende uitspraak van Winston Churchill. Als geen ander wist hij crisis-situaties te gebruiken om dingen te veranderen en om te buigen naar hoe het zou moeten zijn, volgens hem.
De huidige crisis dwingt mensen om anders met elkaar om te gaan, om anders met elkaar te communiceren en contact te maken. Om werkelijk met elkaar in contact te komen zijn zinvolle conversaties nodig. Conversaties om de sociale, materiële  en spirituele realiteit te onderzoeken binnen de huidige global reality.
(bron: EBBF)

Topics

Topics zouden dan kunnen zijn:

  • de kracht van de jeugd
  • innemendheid over de generaties heen
  • economische ongelijkheid, corruptie en transformaties ten faveure van een gezonde economie (conform de SDG’s), en gedeelde welvaart
  • de onderlinge afhankelijkheid en het (op)bouwen van relaties die uitstijgen boven een ongezond individualisme
  • het behouden van een goede balans tussen sociale, economische en spirituele noden
  • de menselijke potentie, de planetaire ecologische ineenstorting en het pad naar regeneratie
  • en andere topics die leiden naar het co-creëren van en participeren in een gezonde wereld

Over generaties heen

Het kan het begin zijn zinvolle en vruchtbare conversaties over de generaties heen.
In de context van het starten van het overbruggen van ongelijkheden, het vullen van de Donut in de Donut economie, het trachten een begin te maken met het behalen van de door de United Nations ondertekende 17 Sustainable Development Goals… Voor velen, jong en oud, is dat het pad naar de duurzame toekomst waarin iedereen gelukkig en welvarend is.

Kern

In wezen dienen de conversaties te gaan over menselijke rechten, beleefde diversiteiten (inclusief andere levende wezens) en mogelijke en gewenste economische, sociale en spirituele veranderingen. De conversaties zouden kunnen gaan over de Sustainable Development Goals. Hoe die in onze maatschappij, in onze organisaties en bij bedrijven zijn in te lassen. In feite zouden de conversaties dan gaan over de nieuwe planetaire huisregels, voor welke community dan ook.

Want onze planeet, de aarde, is immers ons huis en ons thuis. Een thuis die – dat is inmiddels wel duidelijk gebleken – de nodige aandacht en bescherming behoeft. Een thuis dat ook bij voorkeur proper dient te zijn en waar voor geluk en welvaren wordt gezorgd. Wat let ons om te beginnen de huidige rommel in de lucht, de zee en op c.q. in de aarde op te ruimen zodat de volgende generaties gezond en met respect voor moeder aarde kunnen opgroeien. Wat let ons om ongelijkheden aan te pakken? Wat let ons om de 17 SDG’s op hun impact op en consequenties voor organisaties te beschouwen? Wat let ons?

 

 

Innoveer zoals de natuur dat doet

Innoveer zoals de natuur dat doet

De natuur doet haar experimenten op een ongelooflijke schaal. Je zou deze inspanningen kunnen omschrijven als grootschalige parallelle experimenten. Sommige van die experimenten lukken en andere niet.

Experimenten

De experimenten die lukken, krijgen meer energie en aandacht en de experimenten die mislukken worden beëindigd. De natuur bewijst dat dit een zeer efficiënte manier van innoveren is. Je probeert allerlei nieuwe dingen tegelijk uit en houdt vast aan dat wat wel lukt. Succesvolle disruptieve bedrijven, maar ook de giganten als Google, Facebook, Apple en Microsoft, imiteren de natuur en experimenteren voortdurend op zeer grote schaal. Elk idee is gebouwd op vooronderstellingen, en grote ideeën zijn gebaseerd op een heleboel veronderstellingen en aannames. Hoe bewijs je dan dat jouw aanvankelijke veronderstellingen juist waren?

Prototyping

Disruptieve bedrijven beginnen met het maken van kleine prototypes, en die prototypes vertegenwoordigen of bewijzen de belangrijkste veronderstellingen of aannames en risico’s achter het oorspronkelijke idee.

Dan laten ze de prototypes in een heel vroeg stadium aan werknemers en klanten zien en vragen hen om feedback. Op die manier bewijzen ze in een heel vroeg stadium dat hun veronderstellingen en aannames kloppen – of juist niet! Vanaf dat moment kunnen ze een beperkt aantal prototypes verder ontwikkelen en verbeteren op basis van feitelijke feedback van hun doelgroep(en). Na een tijdje merk je vanzelf – als je gewend bent geraakt aan het proces – dat het mogelijk wordt om het aantal experimenten en pilots te vergroten. Dat is precies wat de natuur ook doet.

Succesvolle disruptieve bedrijven werken al op deze manier. Alphabet, een bedrijf van Google, is met een enorm aantal start-ups tegelijk bezig, die elk naast elkaar een heleboel experimenten, prototypes, pilots, producttests en markttests uitvoeren. Dat staat ver af van wat veel bedrijven op dit moment doen, namelijk dingen maken op basis van hun eigen veronderstellingen en aannames.

Als je zo snel van je doelgroep kunt leren en zelf ook leert – door trial-and-error – kun je enorme hoeveelheden feitelijke feedback en eigen leermomenten verzamelen. Die helpen jou om je aan te passen aan de behoeften van jouw omgeving en jouw doelgroep.

Als je over de organisatiecultuur en de basisstructuren beschikt om dit proces goed aan te sturen, dan gaat jouw bedrijf zich als een organisme gedragen. Organismen leren snel en passen zich aan hun omgeving aan en – zoals je waarschijnlijk wel weet – hebben organismen die zich snel kunnen aanpassen veel grotere overlevingskansen dan organismen die dat niet kunnen. Zeker als de omgeving complex, dynamisch, turbulent en agile is.

Denk groot, begin klein

Denk je dat de natuur projectnota’s en ontwerpnota’s schrijft voordat ze gaat innoveren? Neen, natuurlijk niet. De grootste fout die veel bedrijven en organisaties maken, is dat ze groot denken en groot beginnen. Iemand heeft een idee en het eerste wat er gebeurt – als het idee al tot een pilot of project benoemd wordt – is dat ze ellenlange stukken gaan schrijven, onderzoek op onderzoek stapelen, en elk miniem detail van het project-idee van tevoren overdenken, checken en ontwerpen.

Het is onvermijdelijk dat als je deze projectstukken aan tien verschillende mensen laat zien, ieder van hen een ander perspectief heeft op de inhoud, en een andere persoonlijke visie op het uiteindelijke doel dat je probeert te bereiken. Alle feedback van die tien individuen is gebaseerd op het persoonlijke mentale plaatje dat zij voor zichzelf hebben gecreëerd. Het resultaat is een enorm aantal potentiële variabelen en een heleboel verschillende opvattingen. Er is weinig of eigenlijk geen kans dat het mentale plaatje van het ene individu gelijk is aan het mentale plaatje van het andere individu. Het resultaat is dan complete verwarring, een naast elkaar werken en miscommunicatie. Het project is al mislukt nog voordat het überhaupt begonnen is.

Verspilling

Elke dag weer worden er helaas op deze manier enorme hoeveelheden papier, tijd, energie en geld verspild. Dit gebeurt bij bedrijven en overheden, in vrijwel elk soort organisatie. Het is het innovatie-equivalent van proberen een kilometer te fietsen met je ogen dicht. Proberen elke variabele te berekenen voordat je vertrekt, proberen de best mogelijke hoek en snelheid te berekenen om een specifiek punt in de verte te bereiken, alsof je in een perfecte rechte lijn zou fietsen. Hoe groot denk je dat de kans is dat je op die manier je bestemming zult bereiken? Dat is vrijwel onmogelijk, omdat je nooit alle variabelen kunt voorspellen (wind, bandenspanning, jouw eigen kracht, hobbels in de weg, etc.). Je valt waarschijnlijk al na een paar honderd meter van je fiets, en niemand zou zijn geld durven inzetten dat je ooit die stip aan de horizon zult bereiken.

Alternatief

Maar er is een alternatief dat we – eigenlijk van nature – ook zouden gebruiken. En dat is gewoon bedenken waar je heen wilt, je ogen open houden, beginnen met fietsen, vooruit maar ook links en rechts blijven kijken en tijdens de hele rit af en toe bijsturen. De kans dat je dan dat punt aan de horizon zult bereiken, wordt ontelbare keren groter. Niet door in een perfecte rechte lijn te fietsen, maar door voortdurend bij te sturen en je gaandeweg aan de situatie en de omgeving aan te passen.

Dit vermogen om je aan te passen is precies wat de natuur en disruptieve organisaties met elkaar gemeen hebben. Ze fietsen beide met hun ogen wijd open en voeren onderweg kleine aanpassingen door. Ze denken allebei groot, maar beginnen heel klein. De natuur doet dat op subatomair of celniveau. Vaak beginnen ze zo klein dat je het niet eens een prototype zou noemen. Disruptieve organisaties starten vergelijkbaar met experimenten en prototypes en passen die gaandeweg aan.

Experimenteren

Als je met een experiment begint, zou het doel moeten zijn om te leren van de ervaring en van alle zinvolle en waardevolle feedback die je maar kunt verzamelen. Feedback die je kunt gebruiken om steeds meer focus te krijgen binnen het experiment en die je helpt om een gerichte pilot op te zetten.

Dat is precies waar de natuur ook goed in is. Als je dit als organisatie onder de knie kunt krijgen, kun je voor een nieuwe, innovatieve disruptie in jouw branche zorgen. En het zal vriend en vijand verrassen, want er zal niemand zijn die dat ooit heeft zien aankomen…

Het leidend principe

Het leidend principe

bron: Jan Jacob Stam in Vleugels voor Verandering

Het leidend principe is antwoord op de vraag: Wat in de kern zijn we? Het gaat om iets dat hét kenmerk is van een organisatie en daarom uiterst belangrijk is in haar voortbestaan, in wat ze doet en in wat de buitenwereld daarvan merkt. Soms is er sprake van enkele leidende principes. De organisatie die daar niet van bovenaf helderheid en ordening in aanbrengt, kenmerkt zich doorgaans door conflicten over de vraag: waar zijn wij nu eigenlijk voor?

Wat in de kern zijn we?

In een MBA-opleiding of adviestraject blijkt dit keer op keer een lastig onderwerp te zijn. Bij velen die open staan voor de vraag “wat zijn we eigenlijk in de kern” komt spontaan de gedachte aan visie en missie naar voren. Daar wordt immers geformuleerd waar de organisatie voor staat en waar men heen wil. Het is echter geen goed antwoord op de vraag wat het leidend principe is omdat visie en missie bedacht en geconstrueerd zijn. Ze gaan meestal over wat men zegt te wíllen zijn. De vraag naar het leidend principe is juist bedoeld om te kijken naar wat de organisatie daadwerkelijk is, los van wat men pretendeert te zijn. ‘Wat leidt ons?’ associeert gemakkelijker met iets wat voor je uitgaat, iets wat je volgt.

Het is voor sommigen gemakkelijker om bij de kern te komen wanneer als de vraag wordt gesteld: “Wat drijft jullie, vanuit het diepste innerlijk of wezen van de organisatie, om te doen wat je doet?” Die vraag doet een appèl om stil te staan bij wat jou onontkoombaar en in essentie voortdrijft. Gedachten over de systemische herkomst van die kracht liggen dan voor het oprapen. Immers, hoe vaak handelen we niet in het heden uit onbewuste trouw en systemische verbondenheid met datgene waar we oorspronkelijk uit voortkomen?

Genen

Wat een organisatie in haar DNA, haar genen, heeft meegekregen van de oprichters is – vaak onbewust – de drijvende kracht voor de medewerkers en voor onderdelen van het geheel. Ook wanneer het intussen tijd is geworden om daar eens anders naar te gaan kijken.

Van de brandweer mag je toch, kort door de bocht, stellen dat die zijn bestaansrecht heeft in het blussen van branden. Dat lijkt de drijvende kracht van de organisatie te zijn, hoezeer de naam ook een breder terrein aangeeft. Als blussen de drijvende kracht is dan is het toch niet gek dat een brandweerman – als die de straat wordt opgestuurd om rookmelders te gaan propageren – eerder spreekt van broodroof dan van een zinvolle aanvulling op de essentie van wat hij doet, namelijk blussen. Openstaan voor en waarnemen van die drijvende krachten van het systeem die zichtbaar worden via het handelen van mensen, kan behulpzaam zijn in het verstaan van successen en problemen in organisaties.

Ordening in leidende principes

Leidende principes van een organisatie geven antwoord op de vraag: “Wat zíjn of betekenen we als organisatie voor de buitenwereld?”. Leidende principes gaan over het wat en niet over het hoe. Leidende principes zitten in het DNA van de organisatie. Ze zijn er al. Dat is een verschil met missies en visies, die vaak gemaakt, gebouwd, geconstrueerd worden.

Leidende principes zijn de essentiële schakel tussen organisatie en buitenwereld. De producten en diensten zijn slechts de dragers van of de draaggolf voor de leidende principes.

Leidende principes zijn tweezijdig. Het is niet alleen antwoord op de vraag: wat zijn wíj voor de buitenwereld? Maar ook: wat wil de buitenwereld dat wij zijn en in de toekomst zullen zijn? De leidende principes van jouw team bepalen wat het team is voor de buitenwereld of voor de andere delen van de organisatie. De leidende principes bepalen ook de identiteit van het team. En nogmaals, de producten of diensten die je team levert, zijn niet hetzelfde als de leidende principes. Meestal zijn de producten de dragers van de leidende principes.

Denk eens aan:

  • Een windmolen coöperatie, die als product stroom levert aan haar leden, maar haar leidende principes zijn 1. het gevoel van meer thuis in m’n huis geven, en 2. eigenaarschap geven over onze grondstoffen;
  • Een projectontwikkelaar, die in Egypte huizen bouwt, maar in feite de mogelijkheid biedt om veilig te wonen;
  • Een bouwondernemer uit Moskou die huizen maakt, maar die eigenlijk de brug tussen communistisch en modern Rusland biedt;
  • Een nieuwkomer in de markt van pakketbezorging bezorgt natuurlijk pakketten, maar die vooral vrijheid voor de ontvanger, met een rebelse knipoog levert.

Het is erg nuttig om als team te weten wat je leidende principes zijn. En ze helder te hebben en goed te ordenen. Het maakt nogal wat uit – bijvoorbeeld voor een cultureel centrum in een stad – of je eerst en vooral levendigheid bijdraagt aan de samenleving, waarbij cultuur aanbieden dat ondersteunt, of dat je eerst cultuur aanbiedt waarna levendigheid bijdragen op de tweede plaats komt…

Gebruik van taal

Elke stichting in het onderwijs schrijft een strategisch beleidsplan, een visie, een koersplan, een ambitieplan. Het is maar hoe je het noemt. Maar taal en het gebruik daarvan vormen een krachtig systemische tool. Door de zinnen heen stralen leidende principes, die men bewust of onbewust aanwezig wil laten zijn. Door de zinnen heen straalt de gewenste ordening in leidende principes. Door de zinnen heen kan expliciet gemaakt worden dat er verandering op komst is en dat dat mogelijk offers vraagt. Door de zinnen heen is voelbaar of er plek is voor iedereen in de organisatie. Door de zinnen heen…

Als je weet wat de leidende principes zijn van de organisatie en dat van een team, dan weet je ook welke taken en functies nodig zijn. Inclusief hun ordening. Leidende principes vormen de belangrijkste ordenende kracht van een organisatie of een team. Over het algemeen zijn er twee of drie leidende principes. Het zijn er zelden veel meer.

Levensenergie organisaties

Leidende principes gaan om de vraag wat de systemische taken en functie van de organisatie zijn. Het verbindt de organisatie met de buitenwereld. Als je levensenergie beschouwt als een beweging die iets in de wereld wil bewerkstelligen, dan zijn leidende principes uitwerkingen van deze levensenergie. Bij leidende principes gaat het er dus niet om hóe we de dingen intern doen, het gaat erom wat we zíjn voor de buitenwereld.

Wat je kunt doen met jouw team, is in een sessie de leidende principes boven water halen. Vaak vraagt dat een intensieve bevraging naar wat je voor de buitenwereld wilt zijn. Het gaat vooral om wat zijn we als organisatie, in plaats van om hoe doen we dat of om wat verkopen we.

Kenmerk van leidende principes

Een kenmerk van leidende principes is dat ze al in de essentie van de organisatie aanwezig zijn. Je hoeft ze dus niet te bedenken of op te stellen, zoals vaak bij missies en visies gebeurt. Het voordeel van leidende principes is dat ze – eenmaal boven water gehaald en benoemd – makkelijk te communiceren zijn door heel de organisatie. Bij alles wat je bouwt – zo leert ons een wet uit de thermodynamica – moet je energie leveren om het bouwwerk overeind te houden. Als je dat niet doet, valt het net als alles dat gebouwd wordt, van nature uit elkaar. Geconstrueerde visies en missies vragen meer energie aan onderhoud dan leidende principes.

Maar let op… als de leidende principes niet helder zijn en de volgorde van leidende principes niet duidelijk is, zal dat in elk subsysteem van de organisatie verwarring en zelfs conflicten kunnen geven…