+31 (0) 657 37 14 02 info@denhoed-co.nl
Amsterdam

Amsterdam

De grootstad Amsterdam is een ware metropool waarin alles gebeurt en alles mogelijk is. Voor sommigen het hedendaagse Sodom en Gomorra, voor anderen een fascinerende, creatieve, spirituele gemeenschap die buitengewoon inspirerend en energie-gevend is.
(bronnen: Trungpa, Hellinger, Aronson, Parillo)

Een krachtige arena

Vanuit een waarachtig – en spiritueel – gezichtspunt is de grootstad Amsterdam te zien als een buitengewoon krachtige arena die zindert van de energie. Die praktische benadering, het werken met de energie in de situatie, is het enige aangrijpingspunt die we op dit moment kunnen vinden voor de situaties en issues in een kosmopolitische metropool als Amsterdam.

Anders, en op een meer abstract niveau gezegd, zou de stad op een autonoom proces lijken zonder oneffenheden, zonder scheurtjes, zonder in- of uitgangen, zonder aangrijpingspunten, dan zouden we een machteloze toeschouwer zijn. Bekijken we de stad evenwel vanuit het gezichtspunt van het praktisch functioneren van een metropool, dan kunnen we manieren vinden om ermee aan de slag te gaan.

Inspirerende werkplaats

Waar het om gaat is, dat we een wereldstad als Amsterdam als een inspirerende werkplaats zien met een duidelijke diepzinnigheid, functionaliteit, spiritualiteit en heiligheid. We moeten daarbij niet alleen de fundamentele gebeurtenissen zien, maar ook hun fundamentele energie en energetische kwaliteiten en uitstralingen. als expressie van haar spiritualiteit en heiligheid.

In die zin zouden we moeten proberen de implicaties van die spiritualiteit en heiligheid te zien en te onderzoeken. Wat is de spiritualiteit en heiligheid van een straat als de Kalverstraat, van een Beurs van Berlage, van de Jordaan en de Pijp, van de Albert Cuypmarkt en Noordermarkt, Vondelpark of de Wallen, van de Zuid-as of de Bijlmer, van de grachtengordel en Oud-Zuid, wat is het bijzondere, fascinerende, unieke, spirituele aspect daaraan?

Nu we het toch daarover hebben, wat is de betekenis van Nederland in Europa en in de wereld? Wat is de zin van het produceren van sophisticated chipmachines en extravagante superjachten, van Dutch Design, Delfts Blauwe tegeltjes, klompen en replica’s van molens, van vlees, zuivel en bloembollen?

Spiritualiteit in Asd

Als we het hebben over de heiligheid en spiritualiteit van Amsterdam, dan denken velen – zeker de buitenlanders – dat er dan een vreedzame, liefdevolle en evenwichtige sfeer en harmonieuze discussie zou moeten zijn en alles uiteindelijk in pais en vree geregeld wordt en goed komt.

Bij een ietwat andere benadering, eentje waarin sprake is van energie en energie-uitingen die zich voordoen en waaraan gewerkt moet worden, worden dingen dynamisch, veelzijdig en uitdagend. Er zijn dan flitsen van positieve én van negatieve energie, van vernietiging én opbouw, van groei en neergang, van haat én liefde. Dat gebeurt allemaal binnen het grote perspectief van de stad Amsterdam. De ultieme vraag is dan of we onze relatie met de stad, de kosmopolitische metropool die Amsterdam is, kunnen benaderen vanuit een geëngageerd en inclusief perspectief

Voor sommigen is het bijna onmogelijk om het spirituele en heilige aspect van het leven in een groot-stedelijk centrum te waarderen. Ze zouden willen ontsnappen en op het platte land willen gaan wonen en lachen om het verschijnsel wereldstad. Vanuit die optiek is de stad Amsterdam een konijnen-kolonie, met konijnen die overal wonen en rondrennen in de stad. Deze verhouding tot de stad Amsterdam is dezelfde houding die sommige wetenschappers hebben tegenover hun proefkonijnen…

Manifestatie van ironie

De stad Amsterdam is voor sommigen één grote manifestatie van ironie, ironie in negatieve zin. Die benadering komt voort uit vooroordelen over het leven in de grootstad en we zijn niet altijd bereid om deze vooroordelen in te zien en te onderzoeken.

Anderen vinden de stad Amsterdam bepaald onderhoudend. Ze proberen de hele tijd zichzelf te vermaken. Ze halen er alles bij om zich te vermaken, fotoboeken en kleurenplaatjes, misschien ook verschillende soorten vrienden die excentriek zijn en er exotische dingen op nahouden. Vermaak is in Amsterdam ‘serious business’. Vermaak kan evenwel ook dusdanig opdringerig worden dat ze het irritant gaan vinden en terugkruipen naar hun huis in de buitenwijk. Naar hun eigen gecultiveerde vermaak en vertrouwde misleidingen.

Vermaak hoeft niet veroordeeld en uitgebannen te worden. Het probleem is het gigantische en alledaagse gebrek aan humor, op alle fronten. We zijn zo serieus over ons vermaak dat we bijvoorbeeld vergeten dat een komedie een spel is waar je van kan genieten zolang je gevoel voor humor hebt. In de 17e eeuw zei dichter Vondel het al: “De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel”. Als je de ironische kwaliteiten gaat zien van hoe situaties nu eenmaal zijn, zoals ze komen en gaan, dan zie en ervaar je ook de spiritualiteit en heiligheid van een grootstad als Amsterdam.

Energie

Wanneer iemand zich op die wijze bezighoudt met Amsterdam, dan vormen de problemen die hij / zij tegenkomt geen hindernissen meer. Het zijn energetische, creatieve, openbarende mogelijkheden. De alledaagse gebeurtenissen worden onderdeel van onderzoek, belevenissen en inzichten. De gebeurtenissen vertragen jouw vaart of… inspireren je juist en geven je een duwtje in de terug. Dat hangt af hoe sterk je er bij betrokken bent. Een te sterke betrokkenheid zal je vertragen en andersom, bij een te geringe betrokkenheid zal iets jou juist er aan herinneren meer betrokken te raken.

Het is een kwestie van openheid, hoe meer open je bent en staat, hoe meer het je zal leiden tot geheel nieuwe benaderingen van het werken met situaties en omstandigheden zoals het leven in een kosmopolitische metropool als Amsterdam. De stad zal zich dan op haar geheel eigen wijze vertonen, veranderen en hervormen. We kunnen toch niet verwachten dat als we nu maar dit of dat doen, de stad zich naar onze wensen zal hervormen? Je zult contact moeten maken met de algehele kosmopolitische wereld van Amsterdam, waarvan iedereen deel uitmaakt, ook de uitbaters, de beurshandelaren, de marktkooplui, de ‘dames en heren van plezier’, de ‘pratende pakken’ van de Zuid-as en de veelkleurige Bijlmer-gemeenschap, de grachten- en Oud Zuid-bewoners, de algehele smeltkroes van culturen die de stad kent. Ze vormen beslist een ware bron van inspiratie en energie, met hun mooie, karaktervolle en unieke persoonlijkheden.

Samenwerken

We moeten met iedereen samenwerken, we kunnen en zullen er in feite niet onderuit kunnen om met al deze mensen samen te werken. Ze zullen beslist op onze onderzoekstocht, planvoorbereidingen of uitvoeringspad verschijnen. Je wilt ook de verschillende culturen niet ondermijnen. Culturele gebruiken, gewoontes en omstandigheden geven je een focuspunt, een punt om contact mee te maken. Daarom ga je daarmee aan de slag, ga je daarmee werken.

Je gaat – met vele anderen – misschien / waarschijnlijk inzien dat situaties en omstandigheden onjuist worden ingeschat en beoordeeld. Maar de juistheid of onjuistheid doet er in feite niet toe. Als je concreet met de situatie en omstandigheden aan het werk gaat, worden dingen duidelijk. Hoe je de dingen en zaken in het begin heb ingeschat, hoeft geen blijvende betekenis of belemmering in te houden. Elk beeld, elke evaluatie, elk conceptuele gezichtspunt of visie heeft maar van tijdelijk en betrekkelijk belang. We kunnen die wel gebruiken als vertrekpunt en er in het proces mee aan het werk gaan.

Focus en intensiteit

Hoe meer je je bezighoudt met de situaties, issues en gebeurtenissen in de stad, des te meer kennis en ervaring je opdoet en des te werkbaarder zullen de situaties worden. De focus en intensiteit van je betrokkenheid schept ook ruimte, hoe intenser, hoe meer ruimte.

Wanneer je je betrokken gaat voelen bij situaties en issues zoals bijv. de ‘overbevolking’ van bepaalde stadsdelen – en de overweldigende ervaring van jouw aanwezigheid daarbij – dan functioneert jouw betrokkenheid als jouw beschermer. Die helpt dan ook anderen, omdat zij inzien en ervaren dat je hen wilt beschermen en weigert hen in de steek te laten. Je kunt – werkend in alle openheid, én met focus en betrokkenheid – energie en inspiratie vinden in jouw werk en contact maken met de unieke spiritualiteit en heiligheid van een grootstad als Amsterdam. Dat is ook de weg die we met z’n allen op moeten gaan…

 

 

Innoveer zoals de natuur dat doet

Innoveer zoals de natuur dat doet

De natuur doet haar experimenten op een ongelooflijke schaal. Je zou deze inspanningen kunnen omschrijven als grootschalige parallelle experimenten. Sommige van die experimenten lukken en andere niet.

Experimenten

De experimenten die lukken, krijgen meer energie en aandacht en de experimenten die mislukken worden beëindigd. De natuur bewijst dat dit een zeer efficiënte manier van innoveren is. Je probeert allerlei nieuwe dingen tegelijk uit en houdt vast aan dat wat wel lukt. Succesvolle disruptieve bedrijven, maar ook de giganten als Google, Facebook, Apple en Microsoft, imiteren de natuur en experimenteren voortdurend op zeer grote schaal. Elk idee is gebouwd op vooronderstellingen, en grote ideeën zijn gebaseerd op een heleboel veronderstellingen en aannames. Hoe bewijs je dan dat jouw aanvankelijke veronderstellingen juist waren?

Prototyping

Disruptieve bedrijven beginnen met het maken van kleine prototypes, en die prototypes vertegenwoordigen of bewijzen de belangrijkste veronderstellingen of aannames en risico’s achter het oorspronkelijke idee.

Dan laten ze de prototypes in een heel vroeg stadium aan werknemers en klanten zien en vragen hen om feedback. Op die manier bewijzen ze in een heel vroeg stadium dat hun veronderstellingen en aannames kloppen – of juist niet! Vanaf dat moment kunnen ze een beperkt aantal prototypes verder ontwikkelen en verbeteren op basis van feitelijke feedback van hun doelgroep(en). Na een tijdje merk je vanzelf – als je gewend bent geraakt aan het proces – dat het mogelijk wordt om het aantal experimenten en pilots te vergroten. Dat is precies wat de natuur ook doet.

Succesvolle disruptieve bedrijven werken al op deze manier. Alphabet, een bedrijf van Google, is met een enorm aantal start-ups tegelijk bezig, die elk naast elkaar een heleboel experimenten, prototypes, pilots, producttests en markttests uitvoeren. Dat staat ver af van wat veel bedrijven op dit moment doen, namelijk dingen maken op basis van hun eigen veronderstellingen en aannames.

Als je zo snel van je doelgroep kunt leren en zelf ook leert – door trial-and-error – kun je enorme hoeveelheden feitelijke feedback en eigen leermomenten verzamelen. Die helpen jou om je aan te passen aan de behoeften van jouw omgeving en jouw doelgroep.

Als je over de organisatiecultuur en de basisstructuren beschikt om dit proces goed aan te sturen, dan gaat jouw bedrijf zich als een organisme gedragen. Organismen leren snel en passen zich aan hun omgeving aan en – zoals je waarschijnlijk wel weet – hebben organismen die zich snel kunnen aanpassen veel grotere overlevingskansen dan organismen die dat niet kunnen. Zeker als de omgeving complex, dynamisch, turbulent en agile is.

Denk groot, begin klein

Denk je dat de natuur projectnota’s en ontwerpnota’s schrijft voordat ze gaat innoveren? Neen, natuurlijk niet. De grootste fout die veel bedrijven en organisaties maken, is dat ze groot denken en groot beginnen. Iemand heeft een idee en het eerste wat er gebeurt – als het idee al tot een pilot of project benoemd wordt – is dat ze ellenlange stukken gaan schrijven, onderzoek op onderzoek stapelen, en elk miniem detail van het project-idee van tevoren overdenken, checken en ontwerpen.

Het is onvermijdelijk dat als je deze projectstukken aan tien verschillende mensen laat zien, ieder van hen een ander perspectief heeft op de inhoud, en een andere persoonlijke visie op het uiteindelijke doel dat je probeert te bereiken. Alle feedback van die tien individuen is gebaseerd op het persoonlijke mentale plaatje dat zij voor zichzelf hebben gecreëerd. Het resultaat is een enorm aantal potentiële variabelen en een heleboel verschillende opvattingen. Er is weinig of eigenlijk geen kans dat het mentale plaatje van het ene individu gelijk is aan het mentale plaatje van het andere individu. Het resultaat is dan complete verwarring, een naast elkaar werken en miscommunicatie. Het project is al mislukt nog voordat het überhaupt begonnen is.

Verspilling

Elke dag weer worden er helaas op deze manier enorme hoeveelheden papier, tijd, energie en geld verspild. Dit gebeurt bij bedrijven en overheden, in vrijwel elk soort organisatie. Het is het innovatie-equivalent van proberen een kilometer te fietsen met je ogen dicht. Proberen elke variabele te berekenen voordat je vertrekt, proberen de best mogelijke hoek en snelheid te berekenen om een specifiek punt in de verte te bereiken, alsof je in een perfecte rechte lijn zou fietsen. Hoe groot denk je dat de kans is dat je op die manier je bestemming zult bereiken? Dat is vrijwel onmogelijk, omdat je nooit alle variabelen kunt voorspellen (wind, bandenspanning, jouw eigen kracht, hobbels in de weg, etc.). Je valt waarschijnlijk al na een paar honderd meter van je fiets, en niemand zou zijn geld durven inzetten dat je ooit die stip aan de horizon zult bereiken.

Alternatief

Maar er is een alternatief dat we – eigenlijk van nature – ook zouden gebruiken. En dat is gewoon bedenken waar je heen wilt, je ogen open houden, beginnen met fietsen, vooruit maar ook links en rechts blijven kijken en tijdens de hele rit af en toe bijsturen. De kans dat je dan dat punt aan de horizon zult bereiken, wordt ontelbare keren groter. Niet door in een perfecte rechte lijn te fietsen, maar door voortdurend bij te sturen en je gaandeweg aan de situatie en de omgeving aan te passen.

Dit vermogen om je aan te passen is precies wat de natuur en disruptieve organisaties met elkaar gemeen hebben. Ze fietsen beide met hun ogen wijd open en voeren onderweg kleine aanpassingen door. Ze denken allebei groot, maar beginnen heel klein. De natuur doet dat op subatomair of celniveau. Vaak beginnen ze zo klein dat je het niet eens een prototype zou noemen. Disruptieve organisaties starten vergelijkbaar met experimenten en prototypes en passen die gaandeweg aan.

Experimenteren

Als je met een experiment begint, zou het doel moeten zijn om te leren van de ervaring en van alle zinvolle en waardevolle feedback die je maar kunt verzamelen. Feedback die je kunt gebruiken om steeds meer focus te krijgen binnen het experiment en die je helpt om een gerichte pilot op te zetten.

Dat is precies waar de natuur ook goed in is. Als je dit als organisatie onder de knie kunt krijgen, kun je voor een nieuwe, innovatieve disruptie in jouw branche zorgen. En het zal vriend en vijand verrassen, want er zal niemand zijn die dat ooit heeft zien aankomen…

Het leidend principe

Het leidend principe

bron: Jan Jacob Stam in Vleugels voor Verandering

Het leidend principe is antwoord op de vraag: Wat in de kern zijn we? Het gaat om iets dat hét kenmerk is van een organisatie en daarom uiterst belangrijk is in haar voortbestaan, in wat ze doet en in wat de buitenwereld daarvan merkt. Soms is er sprake van enkele leidende principes. De organisatie die daar niet van bovenaf helderheid en ordening in aanbrengt, kenmerkt zich doorgaans door conflicten over de vraag: waar zijn wij nu eigenlijk voor?

Wat in de kern zijn we?

In een MBA-opleiding of adviestraject blijkt dit keer op keer een lastig onderwerp te zijn. Bij velen die open staan voor de vraag “wat zijn we eigenlijk in de kern” komt spontaan de gedachte aan visie en missie naar voren. Daar wordt immers geformuleerd waar de organisatie voor staat en waar men heen wil. Het is echter geen goed antwoord op de vraag wat het leidend principe is omdat visie en missie bedacht en geconstrueerd zijn. Ze gaan meestal over wat men zegt te wíllen zijn. De vraag naar het leidend principe is juist bedoeld om te kijken naar wat de organisatie daadwerkelijk is, los van wat men pretendeert te zijn. ‘Wat leidt ons?’ associeert gemakkelijker met iets wat voor je uitgaat, iets wat je volgt.

Het is voor sommigen gemakkelijker om bij de kern te komen wanneer als de vraag wordt gesteld: “Wat drijft jullie, vanuit het diepste innerlijk of wezen van de organisatie, om te doen wat je doet?” Die vraag doet een appèl om stil te staan bij wat jou onontkoombaar en in essentie voortdrijft. Gedachten over de systemische herkomst van die kracht liggen dan voor het oprapen. Immers, hoe vaak handelen we niet in het heden uit onbewuste trouw en systemische verbondenheid met datgene waar we oorspronkelijk uit voortkomen?

Genen

Wat een organisatie in haar DNA, haar genen, heeft meegekregen van de oprichters is – vaak onbewust – de drijvende kracht voor de medewerkers en voor onderdelen van het geheel. Ook wanneer het intussen tijd is geworden om daar eens anders naar te gaan kijken.

Van de brandweer mag je toch, kort door de bocht, stellen dat die zijn bestaansrecht heeft in het blussen van branden. Dat lijkt de drijvende kracht van de organisatie te zijn, hoezeer de naam ook een breder terrein aangeeft. Als blussen de drijvende kracht is dan is het toch niet gek dat een brandweerman – als die de straat wordt opgestuurd om rookmelders te gaan propageren – eerder spreekt van broodroof dan van een zinvolle aanvulling op de essentie van wat hij doet, namelijk blussen. Openstaan voor en waarnemen van die drijvende krachten van het systeem die zichtbaar worden via het handelen van mensen, kan behulpzaam zijn in het verstaan van successen en problemen in organisaties.

Ordening in leidende principes

Leidende principes van een organisatie geven antwoord op de vraag: “Wat zíjn of betekenen we als organisatie voor de buitenwereld?”. Leidende principes gaan over het wat en niet over het hoe. Leidende principes zitten in het DNA van de organisatie. Ze zijn er al. Dat is een verschil met missies en visies, die vaak gemaakt, gebouwd, geconstrueerd worden.

Leidende principes zijn de essentiële schakel tussen organisatie en buitenwereld. De producten en diensten zijn slechts de dragers van of de draaggolf voor de leidende principes.

Leidende principes zijn tweezijdig. Het is niet alleen antwoord op de vraag: wat zijn wíj voor de buitenwereld? Maar ook: wat wil de buitenwereld dat wij zijn en in de toekomst zullen zijn? De leidende principes van jouw team bepalen wat het team is voor de buitenwereld of voor de andere delen van de organisatie. De leidende principes bepalen ook de identiteit van het team. En nogmaals, de producten of diensten die je team levert, zijn niet hetzelfde als de leidende principes. Meestal zijn de producten de dragers van de leidende principes.

Denk eens aan:

  • Een windmolen coöperatie, die als product stroom levert aan haar leden, maar haar leidende principes zijn 1. het gevoel van meer thuis in m’n huis geven, en 2. eigenaarschap geven over onze grondstoffen;
  • Een projectontwikkelaar, die in Egypte huizen bouwt, maar in feite de mogelijkheid biedt om veilig te wonen;
  • Een bouwondernemer uit Moskou die huizen maakt, maar die eigenlijk de brug tussen communistisch en modern Rusland biedt;
  • Een nieuwkomer in de markt van pakketbezorging bezorgt natuurlijk pakketten, maar die vooral vrijheid voor de ontvanger, met een rebelse knipoog levert.

Het is erg nuttig om als team te weten wat je leidende principes zijn. En ze helder te hebben en goed te ordenen. Het maakt nogal wat uit – bijvoorbeeld voor een cultureel centrum in een stad – of je eerst en vooral levendigheid bijdraagt aan de samenleving, waarbij cultuur aanbieden dat ondersteunt, of dat je eerst cultuur aanbiedt waarna levendigheid bijdragen op de tweede plaats komt…

Gebruik van taal

Elke stichting in het onderwijs schrijft een strategisch beleidsplan, een visie, een koersplan, een ambitieplan. Het is maar hoe je het noemt. Maar taal en het gebruik daarvan vormen een krachtig systemische tool. Door de zinnen heen stralen leidende principes, die men bewust of onbewust aanwezig wil laten zijn. Door de zinnen heen straalt de gewenste ordening in leidende principes. Door de zinnen heen kan expliciet gemaakt worden dat er verandering op komst is en dat dat mogelijk offers vraagt. Door de zinnen heen is voelbaar of er plek is voor iedereen in de organisatie. Door de zinnen heen…

Als je weet wat de leidende principes zijn van de organisatie en dat van een team, dan weet je ook welke taken en functies nodig zijn. Inclusief hun ordening. Leidende principes vormen de belangrijkste ordenende kracht van een organisatie of een team. Over het algemeen zijn er twee of drie leidende principes. Het zijn er zelden veel meer.

Levensenergie organisaties

Leidende principes gaan om de vraag wat de systemische taken en functie van de organisatie zijn. Het verbindt de organisatie met de buitenwereld. Als je levensenergie beschouwt als een beweging die iets in de wereld wil bewerkstelligen, dan zijn leidende principes uitwerkingen van deze levensenergie. Bij leidende principes gaat het er dus niet om hóe we de dingen intern doen, het gaat erom wat we zíjn voor de buitenwereld.

Wat je kunt doen met jouw team, is in een sessie de leidende principes boven water halen. Vaak vraagt dat een intensieve bevraging naar wat je voor de buitenwereld wilt zijn. Het gaat vooral om wat zijn we als organisatie, in plaats van om hoe doen we dat of om wat verkopen we.

Kenmerk van leidende principes

Een kenmerk van leidende principes is dat ze al in de essentie van de organisatie aanwezig zijn. Je hoeft ze dus niet te bedenken of op te stellen, zoals vaak bij missies en visies gebeurt. Het voordeel van leidende principes is dat ze – eenmaal boven water gehaald en benoemd – makkelijk te communiceren zijn door heel de organisatie. Bij alles wat je bouwt – zo leert ons een wet uit de thermodynamica – moet je energie leveren om het bouwwerk overeind te houden. Als je dat niet doet, valt het net als alles dat gebouwd wordt, van nature uit elkaar. Geconstrueerde visies en missies vragen meer energie aan onderhoud dan leidende principes.

Maar let op… als de leidende principes niet helder zijn en de volgorde van leidende principes niet duidelijk is, zal dat in elk subsysteem van de organisatie verwarring en zelfs conflicten kunnen geven…

 

 

 

 

The very Core of Economics

The very Core of Economics

The word Economy is derived from the Greek oikos (οἶκος): house and nomos (νόμος): rule. Literally so: home economics. Economy is a science concerned with the choices people make at the production, consumption and distribution of scarce goods and services.

Economy

One may also state that an economy (from Greek οίκος – “household” and νέμoμαι – “manage”) is an area of the production, distribution and trade, as well as consumption of goods and services by different agents. In general, it is defined as “a social domain that emphasize the practices, discourses, and material expressions associated with the production, use, and management of resources”.

A given economy is the result of a set of processes that involves its culture, values, education, technological evolution, history, social organization, political structure and legal systems. As well as its geography, natural resource endowment, and ecology, as main factors.

Economic Activities

Economic activity is spurred by production which uses natural resources, labor and capital. It has changed over time due to technology, innovations (new products, services, processes, expanding markets, diversification of markets, niche markets, increases revenue functions).

It has changed due to innovations such as that which produces intellectual property and changes in industrial relations (most notably child labor being replaced in some parts of the world with universal access to education). The global economy refers to humanity’s economic system or systems overall.

Doughnut Economics

Kate Raworth Doughnut Economics is a visual framework for sustainable development combining the concept of planetary boundaries with the complementary concept of social boundaries. The main goal of the new model is to re-frame economic problems and set new goals.

The name Doughnut derives from the shape of the diagram, i.e. a disc with a hole in the middle. The centre hole of the model depicts the proportion of people that lack access to life’s essentials (healthcare, education, equity and so on) while the crust represents the ecological ceilings (planetary boundaries) that life depends on and must not be overshot.

Kate Raworth explains that the Doughnut Economy is based on the premise that “Humanity’s 21st century challenge is to meet the needs of all within the means of the planet”.

Business Studio

The Business Studio concept is especially designed to help managers to meet these needs, to help organizations with hands-on, easy-to-use, actionable innovation tools. Participants are educated to visualize the internal organizational processes, the business model, and the eco-system surrounding the organization.

Starting from the premises that our planet is our home and house, participants are to explore the impact and effect of new trends and new planetary house rules – i.e. the Sustainable Development Goals (SDG’s) – on their current organizational processes. To identify Innovation Sweet Spots – and Blind Spots – in order to capture new sources of value.

To notice and discover that the trends and these new house rules may lead to healthy and prosperous innovations, to new markets and new customers, to new business models and … growth.

 

 

 

Innovatie en Creativiteit

Innovatie en Creativiteit

De voorspelling is dat Artificial Intelligence en robots zo’n 10-20% van alle banen gaan vervangen. Hoe ga je dan als mens de competitie aan met iets of ‘iemand’ die een 5.000 keer sneller is, die 5.000 keer sneller denkt? Dat lijkt een verloren zaak.
(vrij naar Duncan Wardle)

Ons brein

Het bewuste brein, het laterale denken, is als een rivier die de heuvel afstroomt. Na verloop van tijd komt er herkenning en de rivier van het denken wordt breder, dieper en sneller. Je krijgt expertise en dat is precies waarom je wordt aangenomen. Vanwege jouw expertise. Ze willen jouw expertise en jouw manier van denken.

De automobiel industrie bestaat nu zo’n 150 jaar en ze weten precies waar het stuurmoet zitten. Nu betreden Apple en Google deze markt en die zeiden: “We weten niet hoe wij een auto moeten bouwen. Heb je echt een stuur nodig?”. Wie denk je dat er over een 30-50 jaar nog bestaan?

Creativiteit ontwikkelen

  1. Het gaat bij creativiteit om het teruggaan in het denken van een kind. Niet in het kinderachtige, maar in het kinderlijke. Ons brein is voor zo’n 85% onbewust. Door speelsheid wordt de deur tussen het bewuste en onbewust lopen gezet.
  2. Iets anders wat kinderen echt goed kunnen is, zich afvragen: “Wat als…?” of “Stel je een wereld voor waar …”, “Wat als er geen lijnen, geen grenzen, zijn..”. Kinderen zijn uitermate nieuwsgierig en vragen constant : “Waarom…?” Als ouders hebben we geleerd dat er bij elke vraag één antwoord is. Als ouders hebben we onze creativiteit verloren toen we zes jaar waren, toen we naar school gingen, geschoold werden…

Schrijf alle regels, het reglement of de hindernissen eens op om bijvoorbeeld naar een Walt Disney park te gaan en daar te komen. Je moet naar een parkeerplaats, auto, hotel in de rij staan voor een kaartje, …  Wat nu als je niet in de rij hoeft te staan? Wat als er geen rijen zouden zijn…? Bij Walt Disney vroegen ze zich af hoe ze de grootste pijnpunten van klanten konden oplossen.

  1. Hoe anders…? Wat kunnen we anders doen? Denk eens aan een car wash. Zou het ook een car spa mogen zijn? Met alles er op en er aan. Die wijze van denken haalt je uit jouw gebruikelijke manier van denken, jouw rivier van denken.

Bij Walt Disney kennen ze geen medewerkers. Het zijn acteurs, cast members, Ze dragen ook geen uniform maar een kostuum. Ze zijn ook nooit off stage, altijd on stage. Zo is er in het hotel ook geen receptioniste, maar een director of first impressions…

  1. Als mens zijn we trieste gewoontedieren. Als je bijvoorbeeld naar huis rijdt, dan schakelt jouw brein uit, gewoon uit verveling. Mensen die op projecten werken waar ze nog nooit mee te maken hebben gehad, juist daar vinden de ongeplande en nieuwsgierige gesprekken plaats. Om nieuwe ideeën op te doen en creatief te zijn.
  2. Moed, kinderen zijn soms bewonderenswaardig moedig. Ze zijn moedig en innovatief. En dan niet op een kinderachtige manier, maar op een kinderlijke wijze. Het moedigste dier in het oerwoud is .. de nederige vlinder. Het is het vlindergevoel in de buik…

Wanneer heb je die nu voor het laatst gevoeld in jouw werk? Niet in het afgelopen jaar, dan is de kans groot dat je – in de creatieve wereld – werkeloos bent met een jaar of twee. Conformiteit is immers het tegendeel, het tegenovergestelde, van moed…

AI en robots

De voorspelling is dat Artificial Intelligence en robots zo’n 10-20% van alle banen gaan vervangen. Hoe ga je dan als mens de competitie aan met iets of ‘iemand’ die 5.000 keer sneller is, die 5.000 keer sneller denkt? Dat lijkt een verloren zaak.

Het antwoord zit ‘m in: creativiteit, verbeelding, intuïtie, emoties, intelligentie en nieuwgierigheid. Het antwoord zit ‘m ook in kwesties als correct en gevoelvol relaties aangaan en onderhouden, interactie plegen en in ethische kwesties. Het zal heel lang duren voordat AI en robots de mens daarin kunnen gaan vervangen…

De mens-maat

De voorspelling is ook dat als we niet opletten zowel de digitalisering, AI en robots de mens uit het ‘normale’ leven filteren, wegsnijden uit het dagelijkse gebeuren en de humane wereld zoals we die graag zien. De mens is dan uit het denken verdwenen, wordt beschouwd als object en regels, procedures en de artificiële ‘kennis’ bepalen hoe we met elkaar omgaan. Het is zaak de mens-maat in de gaten te houden bij alles wat we voorstellen, beslissen, aangaan en ondernemen. Het is het creatief, intuïtief, gevoelvol en nieuwsgierig zoeken naar een weloverwogen evenwicht tussen digitalisering, AI, robotisering én de mens als subject.

 

Business Innovation Studio concept

Business Innovation Studio concept

Het concept van de Business Innovation Studio is speciaal ontwikkeld voor applied science instellingen die middelgrote organisaties en business units willen helpen om te innoveren. Voor die organisaties / bedrijven die, op weg naar de toekomst, willen mee-surfen op de golven van mega-trends en de Sustainable Development Goals.

Strategisch én entrepreneurial

Het concept is toegespitst op organisaties / bedrijven die in teamverband, creatief, hands-on, strategisch én ondernemend denkend, de kansen en mogelijkheden voor een profijtelijke toekomst willen onderzoeken. Het concept kan – muzikaal gezien – omschreven worden als een fusion van klassieke muziek (vaste structuur, vrijheid in interpretatie, timing) met jazz (a.d.h.v. thema, improviseren en freewheelen). Het is strategisch en ondernemend.

Features

De hands-on benadering en het visuele aspect van de Business Innovation Studio zijn dé voornaamste krachten, de features, van het concept.

  • De essentiële insteek is dat niet alleen het denken, maar ook het doen (maken van visuals) en een dynamische oordeelsvorming worden gestimuleerd.
  • De deelnemers (alumni / honours studenten / medewerkers) leren – in team verband – naar de organisatie te kijken vanuit verschillende bedrijfskundige, sociale en procesgerichte brillen
  • Last but not least, de deelnemers worden zowel op inhoud als op persoonlijke en team processen begeleid.

Business Studio opzet in essentie

  • Uitgaande van een organisatie met een concrete innovatie-vraag
  • die wil mee-surfen op de mega-trends en de Sustainable Development Goals
  • met een focus op mensen en (organisatie-)processen
  • met als basis een learning by doing attitude, denken én doen
  • creatief, hands-on ondernemend én strategisch denkend >> studio
  • waarbij mensen / partijen van en met elkaar leren.
  • Aangereikt worden bewezen (wetenschappelijke – bedrijfskundige) modellen, technieken,  formats, schema’s
  • en visualisatie technieken die makkelijk communiceerbaar en overdraagbaar zijn
  • waarbij de meest aansprekende en cruciale visuele ‘bouw’-werken, visuals, stroomschema’s en infographics worden meegegeven
    en, indien gewenst, omgezet naar een klittenband-wandkleed + iconen. Storytelling en infotainment maken het gehele verhaal compleet, ‘verstaanbaar’, welhaast ‘grijpbaar’ en overdraagbaar… met aandacht voor VIRAAL leiderschap

De zeven fasen

In het eerste fase wordt een (fictieve) lucht-foto gemaakt van de huidige, interne situatie van de organisatie / het bedrijf en de lopende processen.

  • vanuit verschillende bedrijfskundige analyse-modellen wordt naar de organisatie / het bedrijf gekeken
  • waardoor er zinvolle en voldoende-grondige research en analyses gepleegd kan worden met fotografische tijdlijnen (oprichting, historie boven- en onderstroom, leidende principes, hero’s, rituelen en tokens, context, …)
  • met o.a. in de huidige situatie ook de Gemba walk, AoN en AoA incl. KGTIO en FMEA, Value Chain, floor plan + Kaart-Draad techniek, Touch points, Front en Back stages, image en cultuur (Corporate Tribes), Bell-Mason diagnose, Routekaart, SqEME, processchema’s, Customers Journeys, Service Design Thinking, Service Blue Prints, Empathy mapping, maar ook Elementair Samenwerken, Classroom as Workshop, Oordeelsvorming, Vragen stellen, 3 Vragen, Mudra, Maitri, ademhalingstechnieken, etc.
  • zodanig dat de resultaten / conclusies visueel of met infografics kunnen worden weergegeven.

In fase II worden twee lucht-foto’s gemaakt, van het business model en van het ecosysteem. Einddoel  van het onderzoek en de analyse is een visuele weergave van de uitkomsten met visuals zoals bij de Board of Innovation.

In fase III wordt nagegaan welke Mega-trends relevant zijn en uitgelegd wat de Donuteconomy inhoudt en wat Sustainable Development Goal’s zijn.

  • Onderzocht wordt op welke van deze golven de organisatie mee kan surfen, op weg naar een duurzame toekomst.
  • Het onderzoek dient ook om er achter te komen welke golven het meest relevant en profijtelijk zijn voor ontwikkeling en groei.van de organisatie
  • de Sandwich techniek – waarbij er een display wordt samengesteld van mogelijke ’toepassingen’ – kan helpen om het denken over ‘oplossingen’ een boost te geven;
  • een Tour d’Horizon langs bedrijven / organisaties die (enkele van) de SDG’s omarmt en toegepast hebben, eveneens;
  • check en evaluatief nagaan van denkkaders, denkpistes en alternatieve data mining.

In fase IV wordt vervolgens nagaan waar mogelijke Innovation Sweet Spots en waar de (kansrijke) Blind Spots bij de organisatie zitten.
Aan de hand van visueel-creatieve methoden en technieken – o.a. Meta-Innovation en Innovation disciplines, Design en Lateral Thinking, Ontwikkelen van een Vraagcultuur, cultuur-schetsen, de Waardekaart van De Bono, Lean methode, Dynamische Oordeelsvorming, Economische, Politieke, Sociale en Financiële overwegingen, Innovatie types en de Innovatie Matrices, etc. – worden vervolgens de meest-belovende, eerste keuzes gemaakt

in fase V worden aan de hand van wensen, cultuur, gemaakte keuzes en scenario’s twee of drie opties voor een mogelijke toekomst ontworpen. Visuele creatieve technieken (Bell Mason, Blue Ocean scenario’s, Effecten arena’s, Board of Innovation business modellen, Wardley map, diverse Canvas modellen, socio- en infographics, ORAPAPA, Groeimotor en Vliegwielmodel, Go digital – Stay Human, Het Verzorgen van Sociale Initiatieven,  …) moeten de opties helder en duidelijk neerzetten en welhaast grijpbaar maken.

In fase VI wordt via filmisch vertellen – met de nodige aansprekende detaillering en voornaamste aangrijpingspunten – toegelicht hoe de organisatie de toekomst in zou kunnen gaan. Met indicaties voor een mensgericht veranderproces, adequaat change management aanpak, passend leiderschapsstijl en (mogelijke) hub-vorming.

Een Maquette, de meest relevante visuals en een aantal overall wandkleden van klittenband + iconen worden – met de nodige uitleg / infotainment – aan de organisatie overhandigd, zodat de basis van de organisatie ook kan zien waaraan gedacht en gewerkt is en als zodanig ook kan meedenken, meedoen en meebeslissen.

In fase VII worden directies / managers desgewenst bijgestaan met het in gang zetten en uitvoeren van de verkozen en geaccordeerde aanpak en veranderingen. Relatief kleine en ‘handzame’ projecten en activiteiten hebben daarbij – historisch gezien – de meeste kans van slagen. Grote, omvangrijke projecten zijn in de regel minder succesvol…

Toepassingen

Het concept is bijzonder geschikt voor middelgrote organisaties die – met ondersteuning van alumni of honours studenten – willen nagaan waar hun meest profijtelijke Innovation Sweet Spots liggen en waar de (hinderlijke >> kansrijke) Blinds Spots zitten

Het concept is ook goed te gebruiken bij Inspectiediensten die willen overgaan naar een vorm van Bestuurstoezicht bij specifieke (‘hinderlijke’) organisaties / bedrijven.
Ook voor audit-teams is het concept goed toepasbaar om medewerksters visueel duidelijk te maken waar kansrijke mogelijkheden liggen.

Het concept kan ook – in een speciaal toegesneden format – toegepast worden door bijvoorbeeld Media & Communicatie bedrijven of IT/ICT bedrijven om klanten te helpen bij hun (digitale) communicatie- en interactie-behoefte en hun cultuur – structuur.