+31(0) 6 53 24 78 44 info@denhoed-co.nl
Valkuilen van teams

Valkuilen van teams

Uitzonderlijk presterende projectteams brengen ook dramatische neveneffecten met zich mee. Dat is de andere kant van de medaille bij het werken in teams waar projectmanagers alert op moeten zijn. Want het kan – dat is gebleken in de praktijk – goed fout gaan…

Het fenomeen is ook bekend als Projectitis. Veel voorkomende valkuilen zijn:

1. Group think

In zeer eensgezinde teams verliezen de leden hun kritisch vermogen. Dit fenomeen vindt plaats als de druk tot saamhorigheid wordt gecombineerd met een illusie van onoverwinnelijkheid. Beslissingen worden dan snel genomen zonder stil te staan en na te denken over alternatieven. Dit leidt vaak tot fiasco’s die nadien voor absurd en onmogelijk worden gehouden. Symptomen van group think zijn:
– de denkwijze wordt niet meer getoetst aan de actuele realiteit:
– het witwassen van kritisch denken – i.c. de Zwarte Hoed van de Bono – en directe druk om eensgezind te blijven:
– een negatieve stereotypering van buitenstaanders; “good guys versus bad guys”
– een tunnelvisie waarbij andere zienswijzen niet worden toegelaten….

2. Bureaucratic bypass syndrome

Projectteams worden vaak gelegitimeerd om bureaucratische regels te omzeilen om het werk gedaan te krijgen. Als daarentegen het passeren van de bureaucratische regels een leefstijl wordt van het team, zullen organisatiemedewerkers die gebonden zijn aan regels en procedures geïrriteerd en vijandig kunnen worden. Uiteindelijk kunnen wegversperringen en tegenwerking het resultaat zijn van deze teamcultuur.

3. Entrepreneurs disease

Projectteams kunnen op dezelfde manier begeesterd worden als startende ondernemingen. Zo’n begeestering is opwindend en draagt veel bij tot het succes van het team.
Maar misbruik kan ook optreden als het team beslissingen neemt die weliswaar goed zijn voor het team maar niet zo goed zijn voor de (moeder)organisatie. Een (moeder-)organisatie die dan neerbuigend wordt bejegend en weggezet als een club van old fashioned, over-the-hill, retarded and jumped-up bo-bo’s.

4. Teamspirit wordt team-ingenomenheid

De opwinding, chaos en vreugde door het werken aan een inspirerend, uitdagend project kan een uitzonderlijke ervaring zijn. Teamleden kunnen zelfingenomen worden door de kansen en uitdagingen van het project en het talent om zich heen. Zo worden aan de ene kant uitzonderlijke bijdragen geleverd binnen het project, maar aan de andere kant – bij beëindiging van het project – gebroken professionele en persoonlijke relaties achtergelaten met burnouts, een leeg gevoel en disoriëntaties.

5. Going native

Deze uitdrukking stamt uit de koloniale tijd toen agenten de gebruiken, waarden en voorrechten van het vreemde land aannamen. Op een wijze die hen niet langer als representant van de natie deed aanmerken.De film “Dances with Wolves” is daarvan een prachtig voorbeeld. Hetzelfde fenomeen kan zich voordoen bij projectteams die full time en langere tijd werken bij de klant en die zich niet meer identificeren met de doelen en belangen van de thuis-organisatie.…

Aanraders

De fenomenen opmerken is een eerste stap. De volgende stap is het nemen van voorzorgsmaatregelen zoals project audits, één of meer teamleden zonodig vervangen, kortstondig kanjers inhuren met ervaring in dit soort valkuilen, VrijMiBo,…

Het vormen van Matrixteams voorkomt een vereenzelviging met het team en ook de afzondering van de (moeder)organisatie. Een andere aanrader is om frequent buitenstaanders in het team erbij te halen om andere denk- ene zienswijzen te introduceren, en innovaties of oplossingsrichtingen in te brengen…

Systemische wijsheid

Systemische wijsheid

Je voelt dat er iets niet klopt in jouw organisatie of team, maar je kunt het niet onder woorden brengen. Dus ga je gewoon door en negeer je de signalen. De signalen die komen vanuit jouw omgeving of vanuit jouw lichaam. Jammer, want er valt veel meer te halen uit de systemische wijsheid die jij in je hebt.

Door je eigen systemische wijsheid aan te zetten, boor je een nieuwe bron van informatie aan. Je komt op een dieper niveau van weten, zonder dat je er veel moeite voor hoeft te doen. Je weet welke drie oerkrachten er werken in de onderstroom van organisaties en teams. Je begrijpt wat je al voelde maar waar je in aanvang nog geen woorden voor had.

Organisatie veranderingen

Een organisatie is een complex fenomeen. Het veranderen van een element kan grote invloed hebben op het totale systeem. Anderzijds is het vaak moeilijk vaste patronen in een organisatie te doorbreken en een nieuwe koers te varen. Een individu of een gehele afdeling kan zonder het te beseffen verstrikt raken in de patronen van het organisatiesysteem. Dit verstrikt raken heeft diverse gevolgen voor zowel het individu als de organisatie, bijvoorbeeld fysieke klachten, maar ook conflicten en een gebrek aan productiviteit en creativiteit binnen de organisatie.

Door situaties vanuit systemisch perspectief te bekijken, krijg je meer zicht op wat er écht speelt in jouw team of de organisatie. Je creëert nieuwe opties in jouw denken en handelen. Besluiten nemen wordt een stuk gemakkelijker. Het lijkt wel of je zodoende minder hard hoeft te werken, vooral in situaties die voorheen ingewikkeld en lastig waren.

Aanpak is eenvoudig

De aanpak is – zeker voor doorstarters en het MKB  -even eenvoudig als effectief:

  1. uitzoomen in plaats van inzoomen op details en deze analyseren;
  2. naar het vertrekpunt kijken om het einddoel te kunnen zien;
  3. openstaande rekeningen onder ogen zien om weer omzet te krijgen;
  4. mallemolens van patronen gaan zien om een andere weg te kunnen gaan en
  5. begrijpen dat problemen oplossingen voor iets anders zijn.

Dat betekent niet dat het altijd makkelijk is om systemisch te interveniëren. Je moet er namelijk zelf iets voor doen: het lef hebben om niet alleen vanuit een ander perspectief te kijken, maar ook te handelen. Bereidheid om de werkelijkheid onder ogen te zien en dromen en illusies durven los te laten. In die zin kun je bij deze manier van systemisch werken niet aan de zijlijn blijven staan. Maar… kleine én grote veranderingen zijn jouw beloning.

Jouw plek

Via een systemische wijsheid leer je hoe je om kunt gaan met belemmerende patronen binnen jouw organisatie. Tevens krijg je inzicht met betrekking tot de plek die je zelf inneemt binnen de organisatie en vanuit welke positie je optimaal kunt functioneren.

Voor alles zal systemische wijsheid kunnen bijdragen aan een menselijker benadering bij organisatieveranderingen. En wel zodanig dat medewerkers zich als persoon én om hun bijdrage vaker erkend en gewaardeerd voelen. Dan worden ook betrekkingen en structuren helderder.  En zal elke medewerker zich vaker vrij van verstrikkingen en beperkende patronen voelen om zich vervolgens geheel aan zijn / haar taak te kunnen gaan wijden.

Systemisch werken

Systemisch werken

Systemisch werken is ontstaan vanuit de systeem theorie en psychodrama en ontwikkeld voor (organisatie-)verander-vraagstukken. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de methode van systeemopstellingen een goed instrument is voor managers om probleemsituaties bij veranderingen en de interventie-mogelijkheden te verhelderen.

Fenomenologisch waarnemen

Systemische werken, ook wel fenomenologisch waarnemen, is de kunst en kunde om verborgen, onderliggende patronen en dynamieken in systemen boven water te halen en hanteerbaar te maken. Een organisatieopstelling is een manier om deze patronen en dynamieken zichtbaar en voelbaar te maken. Een opstelling is een ruimtelijke weergave van een organisatie, waarin representanten van medewerkers, afdelingen, klanten, producten of doelen in de ruimte worden opgesteld, in verhouding tot elkaar. Door het herpositioneren van de representanten ontstaat inzicht in oplossingsrichtingen en -mogelijkheden.

Uitgangspunten

Systemisch werken kent de volgende uitgangspunten.

1. Het gaat over levende systemen

Bij systemisch werken wordt een organisatie(onderdeel) gezien en benaderd als een levend systeem. Een levend systeem is gericht op behoud en stabiliteit. Dat maakt meteen helder waarom een audit weerstand kan oproepen. Immers, de uitkomsten van de audit vragen meestal om verandering en verandering leidt tot instabiliteit, terwijl het systeem stabiliteit nastreeft.

Een ander kenmerk van een levend systeem is dat het geheel anders reageert dan de som der delen. De wetmatigheden in een organisatie bepalen dus voor een groot deel het gedrag van medewerkers. Dit kan verklaren waarom er medewerkers zijn die zeer actief zijn in het verenigingsleven, maar op het werk geen verantwoordelijkheidsbesef lijken te hebben.

2. Fenomenologisch waarnemen

Bij fenomenologisch waarnemen neem je afstand en kijk je met een open blik, zonder oordeel. Je kijkt naar het fenomeen. Je vraagt je af wat het fenomeen te vertellen heeft. Dit in tegenstelling tot de analytische benadering waar je focust en naar details kijkt. Bij fenomenologisch waarnemen ga je bijvoorbeeld een fraudezaak niet tot de bodem uitzoeken, maar vraag je je af welk onrecht de fraudeur is aangedaan, waar de fraude een oplossing voor is of welk effect de fraude op de afdeling heeft.

3. Veranderen begint met de wereld te nemen zoals die is

Een belangrijk uitgangspunt dat hieraan ten grondslag ligt, is dat met het onder ogen zien van de werkelijkheid en niet de projecties van verwachtingen en wensen, de kans op succesvolle verandering wordt vergroot. Je wilt graag dat jouw directeur zijn gedrag verandert, daar heb je alleen geen invloed op. Accepteren dat het zo is, geeft ruimte om op zoek te gaan naar alternatieven.

Vier systemische principes

Een systeem gedraagt zich volgens principes of wetmatigheden, die zorgen dat organisaties krachtig kunnen opereren. Als deze principes worden verstoord ontstaan in de organisatie klachten en tegenkrachten, zoals een hoog ziekteverzuim, lagere productiviteit of besluiteloosheid bij het management.

Organisatiesystemen kennen vier principes:

1. Organisaties willen hun bestemming bereiken

Organisaties willen iets bewerkstelligen in de maatschappij en hebben dus een richting, ze willen scheppen en creëren. Als een organisatie haar bestemming heeft bereikt, heeft ze in feite haar levenseinde bereikt. Op dit moment zie je veel winkels verdwijnen omdat ze geen bestaansrecht meer hebben in een tijd dat je de producten ook via internet kunt kopen.

2. Organisaties zoeken naar en gedijen bij een intrinsieke ordening

Bij ordening gaat het om rangorde. In de meeste organisaties is er een formele ordening. Van directeur naar manager naar medewerker. Naast de formele ordening bestaan er ook andere ordeningsprincipes, zoals leeftijd, expertise, dienstjaren en de bijdrage die je levert aan de organisatie. Als de ordening helder is en wordt gerespecteerd, zijn zowel het systeem als de mensen in het systeem krachtig. Er is dan geen gedoe over plek en het zorgt voor een zekere rust.

3. Binding

Iedereen heeft recht op een plek, wat betekent dat alle mensen die er werken erbij horen, gezien worden en evenveel waard zijn. Dit geldt ook voor mensen die in het verleden belangrijk zijn geweest, zoals de oprichters. Dit principe geldt ook voor andere elementen, zoals een afdeling, een doelstelling, een oud logo, organisatie-waarden, etc. Zo verliep een implementatie van het nieuwe financiële IT-pakket uiterst moeizaam. Er was veel aandacht voor al het mooie dat dit nieuwe pakket zou brengen. Maar pas op het moment dat onder ogen werd gezien dat het ook betekende dat een aantal mensen hun baan zou verliezen, verliep de implementatie weer vlot.

4. Er moet een balans zijn tussen geven en nemen

Als je iets krijgt, voel je de natuurlijke neiging iets terug te geven. Zo wordt de balans tussen geven en nemen bewaakt. Een organisatie floreert als er een goede uitwisseling is tussen geven en nemen. Binnen de organisatie, maar ook tussen de organisatie en de buitenwereld. Het balanceren in geven en nemen is een kunst en vraagt aandacht. Het gaat om het ontvangen van de beloning die past bij het werk dat je doet. Beloning is dan niet alleen salaris, maar ook het mogen doen van die leuke opdracht of waardering krijgen van het auditcomité.

Wat kun je als auditor met systemisch denken?

Het systemisch gedachtegoed is geschikt om de onderstroom zichtbaar te krijgen en om handreikingen te doen waarmee patronen kunnen worden doorbroken.

Met name de vier systemische principes helpen de auditor effectiever te opereren in de audit-praktijk. Uit ervaring weet ik wat het oplevert om je bij het uitvoeren van een audit meer bewust te zijn van je eigen plek. Het gaat dan nadrukkelijk niet om de formele plek, maar om de plek die je inneemt in de ordening en het leren ervaren wat dit doet.

Daarnaast levert het nuttige inzichten op om vanuit de systemische blik vragen te stellen en zo inzicht te krijgen wat er speelt. Bijvoorbeeld door na te gaan wat maakt dat die ene aanbeveling in het rapport steeds niet wordt opgepakt.

Op dit moment spelen in de zorg-sector nogal wat zaken waar de sector zelf mee aan de slag moet. Het systemisch werken zou aanvullend kunnen zijn door het zorg-beroep in de grotere context te bezien en vragen te stellen als: geeft het beroep zoals wij dat nu kennen nog wel antwoord op de vragen uit de maatschappij en op de vragen van de hulpbehoevende mensen zelf? Welke realiteit hebben wij onder ogen te zien? Bij deze vragen gaat het niet om goed of fout, maar om het (h)erkennen van het fenomeen, erkennen van wat er is.

Wetenschap is geloof

Wetenschap is geloof

Dat wetenschap niet te rijmen zou zijn met geloof, is klinkklare onzin. Wetenschap zélf is een geloof, het geloof in causaliteit. Sinds de Schotse filosoof Hume namelijk, weten we al dat causaliteit radicaal onbewijsbaar is. Het is niet omdat fenomeen B telkens na fenomeen A verschijnt, dat daaruit noodzakelijkerwijze moet volgen dat A de oorzaak is van B. Dat is iets wat we aan die relatie zelf toedichten, meer niet. Na regen komt immers niet altijd zonneschijn?

Probleem

Het probleem is echter ernstiger dan dat. Als causaliteit inderdaad onbewijsbaar is, dan geldt dat voor alles, theorieën over causaliteit incluis. Als Hume namelijk gelijk heeft, dan kunnen we niet enkel niet bewijzen dat causaliteit zou bestaan, maar kunnen we zelfs niet bewijzen dat onze theorieën over causaliteit de werkelijkheid echt dekken. Dat is onze condition humaine: radicale onzekerheid en totale onwetendheid.

De Wetenschap

De moderne mens heeft in de 17e eeuw in haar arrogantie het idee opgevat dat de Wetenschap al die onzekerheden kan opheffen en wegwerken. We schoffelen het Humeaanse probleem even onder het tapijt en komen zo uit bij onbetwistbaar zekere waarheden en wetmatigheden. Die zijn exact en gelden voor de eeuwigheid. Het leven, dat wordt volledig biologisch uitgelegd en de dood, tja… niet. Dat is metafysica, en dat is niet wetenschappelijk.

Wetenschapsfilosofen als Schumpeter en Popper hebben nog meer kolen op het vuur. gegooid De hele Wetenschap met haar favoriete theorieën berust op geloven. Alleen als er een overduidelijk en overweldigend bewijs is dat het tegendeel waar kan zijn, kantelt een theorie. Het meest bekende voorbeeld uit de oudheid is wellicht Galileo. Iedereen geloofde destijds  – op last van Rome – dat de aarde plat was en het centrum van de wereld. Galileo werd in eerste instantie verbannen omdat hij stelde dat de aarde rond was, om de zon draaide en niet het centrum van de wereld was…

Echte vragen

Wetenschap is een onderzoeksgebeuren met soms heel strikte denk- en handelingsmethoden. Daarbij, geheel afhankelijk van de herkomst in plaats en tijd van de verzamelde gegevens en een eventueel gebruik van A.I., levert het bijna altijd een bias op. Een bias die niet echt geruststellend is en zekerheid geeft bij het bepalen van de toekomst of van succes bij een bepaalde keuze. 

De hele premisse waarmee hooggeleerden aan Wetenschap doen en zaken bestuderen, is niet wetenschappelijk. Kom mij dus niet lastig vallen met uw geloof in bepaalde theorieën en zeker niet in causaliteit. Het is nuttig, …voor materiële zaken. Een koe kun je inderdaad met een Haags Hopje opheffen, als de hefboom maar lang genoeg is. Maar op de echte vragen in het leven – “Waar gaat deze hele zwik heen, en wat is mijn rol daarin?” – heeft de Wetenschap geen antwoord.

Er zijn natuurlijk deterministen, die geloven (evenwel niet kunnen bewijzen) dat zulke vragen zinloos zijn. Dat elke gedachte, elke actie, zelfs het blote feit dat jij hier nu dit leest, geheel van te voren bepaald is. Opnieuw is dat niets meer dan een geloof. Determinisme, wanneer consistent toegepast, eindigt altijd in een oneindige regressie van oorzaken. Het zijn arrogante zeker-zijn denkers die vanzelf zullen uitkomen bij de impotentie – de zinloosheid – van hun eigen denken. Er is geen ontsnappen aan: wie doet alsof de basis van zijn denken geen enkel element van geloof bevat, gelooft tenminste dat.

Denken is impotent

Niet dat het denken van Hume en andere filosofen beter is. Alle denken is in wezen impotent. Het hele punt is dat de boel zo radicaal onzeker is, dat je verplicht wordt om te kiezen uit niets meer dan onbewijsbare speculaties. Pas dan kan het denken beginnen, als een soort creatieve beslommering of afleiding van wat impliciet al in het geloof vervat zat.

Nieuwe wijsheid?

Nieuwe wijsheid? Neen. Het bovenstaande is gewone, nuchtere, oude wijsheid. Van voor de tijd dat de Wetenschap een godsdienst op zich werd. Zo gezien zijn we er nu een stuk armer op geworden. We kunnen tegenwoordig alles verklaren, maar niets heeft nog echt zin.

Steeds meer mensen zoeken hun heil in de klassieke kijk op de wereld: één organisch geheel, waarin de mens zijn plaats moet zien te vinden. Het navigeren in zo’n wereld, de juiste keuzes proberen te maken – zeker bij belangrijke zaken als een partner, een huis, een baan, een carrière – zou dan horen te geschieden op basis van humaine gronden zoals gevoel, emoties, intuïtie, gut feeling, en in stringente gevallen op angsten en instincten…

 

Tools for Conviviality

Tools for Conviviality

Ieder hulpmiddel die we als mens verzinnen om ons leven beter, goedkoper, makkelijker te maken, kan ons leven in vergaande mate gaan bepalen. Het daaruit voortkomende gemak maakt ons afhankelijk en vaak ‘gevangen’ en ‘onmachtig om op onze schreden terug te keren’…
(bron: Ivan Illic

Een ploeg

Gereedschap neemt mensen eerder over dan ze verwachten: “de ploeg maakt de mens de heer van zijn tuin, maar ook een vluchteling van de woestenij”. (Illich)

Een ploeg verandert de verhouding van mensen tot land dat eerder niet te bewerken viel. Voordat ze de ploeg hadden, leerden mensen ook in die woestenij te overleven. Of trokken ze verder, of stierven ze, of plantten ze zich minder voort. Een lot dat misschien niet te verkiezen viel.

Maar wie eenmaal een ploeg heeft, wordt afhankelijk van die ploeg en moet dus… de grond om gaan ploegen. Al snel is het geen vrijwillig hulpmiddel meer, maar een stuk gereedschap dat je móét gebruiken om mee te kunnen blijven draaien.

Onderwijs

De ploeg is dan nog een eenvoudig voorbeeld. Neem een complexere tool: het onderwijs. Net als de ploeg bracht onderwijs enorme vooruitgang, maar inmiddels betekent dat ook dat je niet meer zonder formele educatie kunt.

En als gevolg daarvan wordt het dus ook moeilijk om nog een goed leven te hebben als je geen diploma’s hebt. Je moet wel geschoold worden. En die scholing, die geeft mensen het gevoel dat hun eigen gedachten niet goed genoeg zijn. Het maakt ze afhankelijk en afwachtend. En daardoor gáán ze minder zelf nadenken.

Controle

‘Een stuk gereedschap’, zegt Illich, ‘kan uitgroeien tot iets waarover de mens geen controle meer heeft. Eerst wordt het de mens meester, vervolgens zijn beul’. Illich laat je beseffen hoe dit echt voor alles opgaat. Zelfs voor zulke vanzelfsprekend lijkende ‘uitvindingen’ als de gezondheidszorg.

‘Tools for conviviality’: dat zijn – in de meest simpele benadering – stukken ‘gereedschap’ die mensen zelf samen met elkaar kunnen maken en onderhouden en repareren en doorontwikkelen.

In plaats dat we afhankelijk worden van peperdure machines die alleen een enkeling, of iemand die je helemaal niet kent, nog weet te bedienen. En van bureaucratische instituten waar je geen grip meer op hebt, of waarin je verdwaalt.

Preventie

De gedachtelijn van Illich volgen betekent niet dat je als politicus of andere leider geavanceerde kankerbehandelingen nu maar moet afschaffen, maar het kan bijvoorbeeld wel betekenen dat je meer oog krijgt voor preventie, gewoon omdat dat een zoveel toegankelijker en meer ‘conviviale’ manier is om mensen gezond te houden.

Het betekent niet dat je elkaar niet zou moeten willen opleiden, maar het laat je wel vragen stellen bij de logge, bureaucratische leerfabrieken van nu. Het helpt het lerarentekort in het onderwijs verklaren op een diep-menselijk niveau: op de manier waarop we het nu organiseren willen de meeste volwassenen gewoon geen kennis overdragen aan kinderen.

Een simpeler bestaan

Dit boek laat je overtuigd kiezen voor een simpeler bestaan (en daarvan wordt je leven… simpeler). De tools die we verzinnen overmannen ons dus snel. Maar dat hóéft niet te gebeuren. Er zijn ook instrumenten die juist het beste uit onszelf halen. Wat als we die vooral zouden omarmen?

Illich lijkt door de decennia heen alleen maar meer gelijk te hebben gekregen. Binnen de lijntjes blijven rijden, remmen voor een voorligger: uw Tesla doet het voor u. Mag u het straks zelf nog wel?

Nut en noodzaak van geïnstitutionaliseerde wetenschap

Ivan Illich is per definitie kritisch op institutionalisering. Van alles, van onderwijs, van gezondheidszorg, van wetenschap.

‘De term [wetenschap] staat inmiddels eerder voor een instituut dan een persoonlijke activiteit, het oplossen van puzzels meer dan het onvoorspelbare creatieve handelen van individuen’, schrijft Illich bijvoorbeeld.

Vervolgens komt hij terug bij het overmeesterd raken door nog weer een hulpmiddel, waarvan mensen dachten dat ze er meester over waren: ‘Het institutionaliseren van kennis […] maakt mensen afhankelijk van kennis die voor hen wordt geproduceerd. Het verlamt de morele en politieke verbeelding.’

Wie zegt ‘de wetenschap zegt dat’ – of nog erger ‘dicteert’ – moet echt Ivan Illich lezen, om zich van die zelfgijzeling te bevrijden.

Managersfascisme

Managersfascisme, zo noemt Illich de toekomst waarin we, uit angst voor een ecologische apocalyps (de zorgen daarover speelden in 1973 net zozeer als nu) bureaucraten gaan laten bepalen welke economische groei nog acceptabel is, om de maximale industriële output te organiseren waaraan de planeet net niet ten onder gaat.

Illich beschrijft de slechtst mogelijke wereld die dan volgt: mensen die tot willoze slaaf worden gemaakt door en voor dit systeem, dat ons zou moeten dienen.

Liever wat meer zelfbeschikking? Het hele laatste deel van Tools for Conviviality gaat hierover. Hoe je juridisch en politiek de voorwaarden creëert om mensen zelf weer meer de kans te geven om zichzelf en hun tools naar eigen inzicht te ontwikkelen.

Wensen

Wat als blijkt dat het niet de grootste wens van mensen is om zo veel mogelijk te kopen en zo snel mogelijk op hun werk te komen?  En als dat feit – dat we meer zijn dan een consument en slaaf van onze tools – eens weer duidelijk zichtbaar wordt gemaakt door een politieke partij?

Wat als het idee dat technologische vooruitgang noodzakelijk en onontkoombaar is zou worden losgelaten in onze wetgeving en rechtspraak? Wat zou er dan overblijven van de dividendbelasting? Van belastingontwijking door megabedrijven? Van onderwijs, van de auto?

Gereedschapskist

Tools for Conviviality is een gereedschapskist om een radicaal ander soort toekomst mee te bouwen, juist omdat de vanzelfsprekendheid van complexe technologische vooruitgang en eindeloze economische groei wordt betwist.

Het verschil wordt op een lager niveau gemaakt. Het gebeurt op zolders waar mensen zitten te knutselen, en waar nieuwe dingen worden ontwikkeld en uitgeprobeerd. Het gebeurt in garages of lege kantoorpanden waar de nieuwe start-ups ontstaan. Het gebeurt daar waar mensen succesvol hun rijke verenigingsleven buiten de bbp-economie draaien zonder dat het journaal erover bericht…

Wetenschapsfilosofie

Wetenschapsfilosofie

De wetenschap doet aannamen over hoe de wereld is, en hoe theorie zich verhoudt tot de werkelijkheid. De wetenschapsfilosofie is een discipline van de filosofie die zich bezighoudt met het kritisch onderzoek naar de vooronderstellingen, de methoden en de resultaten van de wetenschappen. Daarbij rekent ze behalve de natuurwetenschappen bijvoorbeeld ook de sociale wetenschappen, de psychologie en de economie tot haar studiegebied.

Twee taken

Wetenschapsfilosofie heeft zowel een normatieve als een descriptieve taak. De eerste leidt tot de eis van filosofische of epistemologische adequaatheid, dat een wetenschapstheorie overeenkomt met filosofische ideeën. De tweede tot de eis van historische adequaatheid, namelijk dat de beschrijving overeenkomt met hoe wetenschap werkelijk bedreven wordt. Thomas Kuhn maakte in The Structure of Scientific Revolutions duidelijk dat de nadruk van de eerste taak verschoof naar de tweede.

Kenmerken

Er wordt in de wetenschapsfilosofie onderscheid gemaakt naar de volgende vier kenmerken:

  • hoe of wat is het (in zichzelf)? – ontologische kenmerken;
  • hoe is het te kennen? – epistemologische kenmerken;
  • hoe is het te onderzoeken? – methodologische kenmerken;
  • hoe beïnvloeden het onderzoek, onderzoeker en de omgeving elkaar? – sociaal-filosofische kenmerken;
  • hoe wordt de wereld vanuit kennis ervaren? – empirische kenmerken.

De wetenschapsfilosofie vandaag de dag is nauw verwant met de ontologie en de epistemologie. Het poogt om tot een beschrijving te geraken over zaken als:

  • het karakter van wetenschappelijke uitspraken en concepten;
  • de wijze waarop ze worden ontwikkeld;
  • hoe de wetenschap de natuur verklaart, voorspelt en beïnvloedt;
  • methoden om de juistheid van informatie te bepalen;
  • de beschrijving en de toepassing van de wetenschappelijke methode;
  • de wijze van redeneren om tot gevolgtrekkingen te komen;
  • en de implicaties van wetenschappelijke methoden en modellen voor wetenschap en voor de maatschappij als geheel.

Filosofie

Elke wetenschap heeft een onderliggende filosofie, ook al wordt over het tegendeel beweerd. In de woorden van Daniel Dennett: “Filosofie-vrije wetenschap bestaat niet; er is hooguit wetenschap waarvan de filosofische bagage zonder verdere, nadere inspectie aan boord wordt gehesen”. De bekende natuurkundige Richard Feynman zei ooit: “Wetenschapsfilosofie is ongeveer even nuttig voor wetenschappers als ornithologie voor vogels.”

Empirisme

Een belangrijke plaats in de wetenschapsfilosofie wordt ingenomen door het empirisme, ofwel de opvatting dat kennis is afgeleid van hoe de wereld ervaren wordt. Wetenschappelijke uitspraken zijn onderworpen aan en afgeleid van onze ervaring of waarnemingen. Wetenschappelijke theorieën worden ontwikkeld en getoetst door experimenten en waarnemingen, via empirische methoden. Zodra deze waarnemingen in voldoende mate herhaalbaar blijken, geldt deze informatie als wetenschappelijk bewijs, waar de wetenschappelijke gemeenschap haar verklaringen voor de werking der dingen op baseert. Waarnemingen zijn echter ook cognitieve handelingen. Dat wil zeggen dat er een interactie is tussen wat wij waarnemen en ons begrip van de structuur van de wereld; als dit begrip van de werkelijkheid verandert, wordt schijnbaar ook iets anders waargenomen. Wetenschappers proberen waarnemingen in een samenhangende, consistente structuur onder te brengen door middel van inductie, deductie en quasi-empirische methodes en door gebruik te maken van essentiële conceptuele metaforen.

Wetenschappelijke onfeilbaarheid

Een kritische vraag in de wetenschap is, in hoeverre de huidige wetenschappelijke kennis een indicator is van wat werkelijk De Waarheid is ten aanzien van de fysieke wereld waarin we leven. De acceptatie van wetenschappelijke kennis als de absolute en onbetwijfelbare Waarheid (zoals in de theologie of ideologie) wordt sciëntisme genoemd. Lang niet iedereen meent dat wetenschap onfeilbaar is, en dat geldt zowel voor de wetenschappers zelf als voor leken. Wetenschap kan derhalve dus lang niet altijd een doorslaggevende rol spelen in het proces van besluitvorming door consensus waarin personen van allerlei morele en ethische standpunten tot overeenstemming proberen te komen over ‘wat de werkelijkheid is’. Met andere woorden, wetenschap kan niet de belangrijke scheidsrechter voor discussies zijn die sommigen graag zien. Wetenschap is soms partij, zoals de debatten over intelligent design, de opwarming van de aarde, kernenergie, nanotechnologie of homeopathie laten zien.

De wetenschappelijke methode

Paul Feyerabend beargumenteerde dat het onmogelijk is om met één beschrijving van de wetenschappelijke methode alle methoden en benaderingen van wetenschappers te omvatten. Feyerabend had bezwaren tegen het voorschrijven van een bepaalde wetenschappelijke methode, omdat elke methode leidt tot een belemmering en verkramping van het wetenschappelijk proces. Feyerabend stelde dat het enige principe dat de vooruitgang niet tegenhoudt is: “anything goes”.

Karl Popper benadrukte het belang van een kritische houding van wetenschappers en een daaraan gerelateerde kritische methode. Juist de dominante theorieën zouden aangepakt en tegen het licht gehouden moeten worden. Thomas Kuhn daarentegen dacht dat het voor de gewone wetenschapper volstaat om gebruik te maken van bestaande theorieën. Hij vond dat vooral deze verder ontwikkeld moesten worden en vooralsnog verdedigd dienden te worden. Beide waren zo overtuigd van hun gelijk dat zij de truc gemist hebben. De truc om wetenschap op groepsniveau te beschouwen. Door dat te doen merk je dat puzzels oplossen en een offensieve kritische houding prima en simultaan kunnen samengaan in de wetenschap. De kritieke vraag wordt dan: Hoe kun je de brug tussen deze twee slaan?”.

Feministische Filosofie

Volgens de feministische filosofie zou de wetenschappelijke methode niet gender-neutraal zijn. De methode is volgens feministen erg mannelijk van aard, vanwege de nadruk op rationaliteit, zakelijkheid en objectiviteit en het gebrek aan betrokkenheid. Gepleit werd voor nieuwe methoden – met name in de sociale wetenschappen – met minder aandacht voor individuele vragenlijsten, en meer voor onderzoekende vraaggesprekken, groepsdiscussies en een directe betrokkenheid.